Hoofdtekst
Een doctoor liet sijn paerd een ader in den buyck slaen door den hoefsmit. Doe het gedaen was wilde hij hem eenig geldt voor sijn kunst en moeyte geven. R. 'Och heer, excuseert mij, ick neem geen geld van luyden van mijn neering.'
Beschrijving
Een dokter liet bij zijn paard een aderlating doen door een hoefsmid, en wou deze wat geld geven voor de moeite. De hoefsmid wilde echter geen geld van mensen van zijn eigen beroepsgroep aannemen.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20