Hoofdtekst
Als Croesus overwonnen was, plonderden de soldaeten van Cyrus de stadt. R. 'Wat is daer voor geraes en gehuyl door alle straeten?' R. 'Men plondert vast uw stadt. ' R. ' De uwe, maer de mijne niet. ' Welcke woorden Cyrus soo bewogen dat hij terstont een scherp verbodtordre daer in stelde.
Beschrijving
Na hun overwinning plunderden Cyrus' soldaten de stad van Croesus. Toen Cyrus tegen hem zei: "Men plundert vast uw stad." Antwoordde Croesus: "De uwe, maar de mijne niet." Cyrus was zo ontroerd door deze woorden dat hij meteen een verbod instelde.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Croesus heerste in de zesde eeuw voor Christus over Lydië in Klein Azië. Cyrus, koning van Perzië, veroverde zijn rijk.
Naam Overig in Tekst
Croesus   
Naam Locatie in Tekst
Cyrus   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
