Hoofdtekst
Boudewijn, de schipper, met yemandt in de schuyt in woorden raeckende, seyde 'tgeen hij te seggen hadde aen sijn partij heel sacht en bedaert, die daerover hevig uytvoer en seyde: 'Je bent een fielt.' R. 'Dat is niet waer.' R. 'Ick sal 't u bewijsen.' R. 'Ick begeer het niet bewesen te hebben.'
Beschrijving
Boudewijn had eens met iemand ruzie. Hij deed zijn zegje heel rustig en bedaard, maar de ander voer tegen hem uit en schold hem uit voor fielt [schavuit]. Boudewijn zei dat hij dat niet was. De ander wilde het hem bewijzen, waarop Boudewijn zei dat hij het niet bewezen hoefde te hebben.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Boudewijn   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
