Hoofdtekst
Mansardt wierdt in recht betrocken van de capiteyn van sijn jacht, die hem afeyschte 1500 gulden, soo over verschoten geldt als gebroocke touwen als andersins, maer alsoo alle posten niet wel te verifiëren waeren, rabbatteerde de capiteyn de helft, die hem oock wierdt bij sententie toegeleyt, mits sijn eedt daerop doende aengaende de deugdelijckheyt van de schuldt. Dit geschiedt zijnde en Mansart, daerop gecondemneert wesende, versocht om binnen te staen, alwaer hij seyde dat hij niet alleen de 750 gulden, daer in hij gecondemneert was, betaelen wilde, maar oock de andere, in 't eerst daerbij gepretendeerde 750 gulden, mits dat de heeren sijn capiteyn, in sijn prejuditie, het noyt meer op sijn eedt geven souden, want soodoende, seyde hij, soude den hontsvot over 4 weken weer komen eysschen, en dat 't was 't middel om mij in een jaer uyt mijn goet te helpen.
Beschrijving
Een heer had een rechtszaak tegen de kapitein van zijn jacht. Deze eiste 1500 gulden van hem, maar hij kon niet alle kosten verifiëren. Uiteindelijk claimde hij de helft van het bedrag, die hij ook zou krijgen mits hij zijn eed zou afleggen aangaande de deugdelijkheid van de schuld. De heer, die moest betalen, wilde ook de andere 750 gulden betalen, mits de heren van de rechtbank zijn kapitein nooit meer op de eed van de kapitein af zouden gaan: anders zou hij hem over een paar weken weer aanklagen.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Mansardt   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
