Hoofdtekst
Reijnier wilde mij met kracht sijn diamant ring verspeelen. R. 'Ik weet niet wat se waerd is, morgen komt er weer een dag, laet ick se ondertusschen eens aen een juwelier laeten sien.' R. 'Dat is een kostelijcke steen, kunt ghij die om 600 rijcxdaelders hebben, soo behoeft ghij u de koop niet te beklaegen.' R. 'Ey, leert mij doch eens de deugdt daervan kennen.' R. 'Wel, siet se te deeg, ghij sult se suyver vinden en het voornaemste van allen is dat se soo heerlijck speelt. R. 'Warachtig, Reijnier sijn moeder heeft gelijck als sij seyt dat haer soon een kostelijck knecht is, want ik ken niemand die heerlijker speelt als hij.'
Beschrijving
Reijnier wilde graag zijn diamanten ring verspelen aan Van Overbeke. Deze ging eerst aan de juwelier vragen wat hij waard was. De juwelier schatte te waarde op 600 rijksdaalders: hij vond het een kostelijke steen, omdat het een zuivere diamant was en het belangrijkste vond hij "dat ze zo heerlijk speelt." Aernout antwoordde: "Dan heeft Reijniers moeder gelijk dat haar zoon een kostelijke knaap is, want ik ken niemand die heerlijker speelt dan hij."
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Reijnier   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
