Hoofdtekst
Een gierigen vreck, die sich 100 mael hadde beroemt van in geen l2 jaer excijs van sijn geconsumeerde wijnen betaelt [te] hebben, voelende dat sijn uyr was naeckende, riep sijn knecht. R. 'Abram, hoeveel wijn leyt er noch in de kelder?' R. 'Ruym een aem.' R. 'Daer kan men op mijn begraffenis niet mêe toe, past dat ghij er t'avond noch een paer siet bij te smockelen, hoor je?'
Beschrijving
Een gierigaard had in 12 jaar tijd geen accijns over zijn wijn betaald. Op zijn sterfbed wilde hij weten hoeveel wijn er nog was. Volgens zijn knecht was er nog ongeveer een vat. De vrek gaf toen opdracht om voor zijn begrafenis nog wat vaten bij te smokkelen.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20