Hoofdtekst
Een snaeck van een vent, in het heetste van de soomer nae Franckfort in compagnie reysende, hadde een swaere regenmantel bij sich, die hem dapper verveelde, alsoo tot Ceulen geen gelegentheyt [was] om de weg of te scheep of met de kar te doen. 't Geselschap trock dan te voet op reys. Onse maet, s' avonts in de herberge koomende, versocht een jood of hij het gelag voor hem betaelen wilde. Als de jood het weygerde, seyde hij: 'Leent mij dan 4 rijcxdaelders op 4 1/2 rijcxdaelder wederom, als wij tot Franckfort sullen gekoomen zijn.' De jode, heet op woecker, nam de conditie aen maer eyschte pandt, dat hem den ander niet weygerde, maer leyde hem die swaere mantel, op sijn dieffsche schoften, daer hij de Westerwaldt mede deur ging kruyen, uyt vreese van sijn geldt en pandt te verliesen.
Beschrijving
Een man reisde in de zomer met een zware regenmantel, die hem erg belastte, door Duitsland. Op een avond vroeg hij een Jood in de herberg, of die zijn rekening wilde betalen. Dat weigerde de Jood, maar hij wilde de man wel 4 rijksdaalders lenen in ruil voor 4,5 rijksdaalder. Als pand gaf de man toen zijn zware regenmantel.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Franckfort   
Ceulen   
Jood   
Westerwaldt   
Naam Locatie in Tekst
Frankfurt   
Keulen   
Westerwald   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
