Hoofdtekst
Clasijn, een duyvels spijtig kreng en boos sonder weergae, trouwde met Aert, een goeden hals. Filibert hoorde haer eens in een pleydoy tegens de viswijven ageren. R. 'Lieven tijdt, wat booser helhondt is dat. Wie of het mag wesen?' 'Het geeft mij wonder', seyde Adriaen Steyn, 'dat sij hier soo baert. Ick heb se altoos voor een vrouw van een seer goeden Aert gekent.'
Beschrijving
Een duivels kreng was met een goedaardige man (Aert) getrouwd. Toen iemand haar tekeer zag gaan, zei een ander: "Het is een wonder dat zij zich zo gedraagt. Ik heb haar altijd als een vrouw van een zeer goede Aert gekend.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Clasijn   
Filibert   
Aert   
Adriaen Steyn   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
