Hoofdtekst
Een arme vrouw, als ick met drie à vier anderen sprack, importuneerde mij seer: 'Mijnheer, ick ben soo arm etc.' Nae haer drie, viermael geseyt te hebben dat ick geen geldt voor haer hadde, antwoorde ick: 'Wel vrouwtje, ick geloof u wel dat ghij arm zijt, waerom wil je mij niet gelooven dat ick geen geldt en hebbe?'
Beschrijving
Een arme vrouw bleef maar bedelen om geld. Antwoord: "Ik geloof wel dat u arm bent, waarom wilt u niet geloven dat ik geen geld voor u heb?"
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20