Hoofdtekst
Jodocus Anastasius Kreutznach quam gelaerst en gespoort en heel bekladt, alsoo hij sooeven van de reys quam, op een bruyloft. Hij wierdt juyst aen het binnenendt van de tafel, dat tegens de muyr aenquam, geset en versocht om een gansch, die voor hem stondt, voor te dienen. Hij nam hem op sijn vorck, maer het ongeluck wilde dat hij er afviel op de vloer. Hij buckte daernae en liet een groote scheet. Daervan ten hoogsten beschaemt zijnde, sette hij sijn voet op tafel, in meening om daerover te stappen en deur te gaen, maer hij haperde met sijn spooren in het ammelaken dat hij na sich sleepte en over hals over kop beneden quam op de vloer. Hij kroop weer op en sette het nae de trap om beneden te koomen en voorts uyt ten huyse te geraecken. Juyst koomender seven of acht meyssens of knechts de trappen op gaen om versche spijs op te dragen, die liep hij noch met al de schotels omveer.
Beschrijving
Een man op een bruiloft werd gevraagd om een gans op te dienen. De gans viel echter van zijn vork. Toen de man hem op wilde rapen, bukte hij en liet een grote scheet. Uit schaamte wilde hij over de tafel lopen, maar hij bleef met zijn sporen hangen in het tafellaken. Hals over kop kwam hij op de vloer terecht. Daarna rende hij naar de trap maar daar rende hij een aantal bedienden met eten omver.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Jodocus Anastasius Kreutznach   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
