Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

OVER0415

Een mop (boek), derde kwart 17e eeuw

Hoofdtekst

Een vent, sijn geselschap wel waerd, hadt den ganschen dag sijn Schut wesen soecken. 's Avonds vermoeyt zijnde en desperaet van honger, quam hij in 't selschip, daer hij sich beklaegde over het verlies van sijn hondt. R. 'Ey, kom, weg is weg, speelt met ons een verkeertje.' R. 'lck kan niet, sij wachten mij te huys met eten.' R. 'Blijft noch een uyrtje bij ons en ick verseker u dat ghij den hondt noch van desen avond sult vinden.' R. 'Fiat.' 's Anderendaegs quam hij al vroeg tot mijnent pesteeren. 'De duyvel hael u met uw schoone praetjes, gisteren doe ick te huys quam vond ick den hond in de pot, ick heb den heelen nacht van honger niet konnen slaepen. R. 'Wat is daeraen, 't is mij genoeg dat gij na mijn woord den hond gevonden hebt.'

Beschrijving

Een man zocht zijn hond en onverrichter zake kwam hij bij zijn vrienden klagen. Een van hen verzekerde hem dat als hij zou blijven, hij zijn hond gauw weer zou vinden. Dat gebeurde echter niet, en de volgende dag klaagde hij tegen die man: "De duivel haal je met je mooie praatjes, gisteren toen ik thuis kwam vond ik de hond in de pot, ik heb de hele nacht van de honger niet kunnen slapen." Antwoord: "Je hebt toch zoals ik zei de hond gevonden?"

Bron

Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991

Commentaar

Derde kwart zeventiende eeuw

Naam Overig in Tekst

Schut    Schut   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20