Hoofdtekst
Stratonicus, te Maronia versch aaengekoomen [sic] zijnde, raeckte in geselschap daer men sterck dronck. Men vroeg hem of de stadt hem wel bekent was. R. 'Jae, ick hebbe hier over 6 jaeren eens 3 dagen achter malkander geweest.' R. 'Dan kan uw kennis niet groot zijn.' R. 'Vergeef mij, jae dat meer is, ick sal mij van u laeten blinden en soo de stadt door leyden en dan neem ick aen te seggen als ick gevraegt worde te seggen voor wat huys dat ick ben.' Daer wierde op gewedt. Sij leyden hem ontrent een half uyr rondt en doe hij stil stondt vroegen sij hem of hij nu wel soude kunnen seggen voor wat huys dat hij was? 'Jae,' seyde hij, 'voor een hoerhuys.'
Beschrijving
Stratonicus wedde met een groep dronkelappen dat zij hem geblinddoekt de stad Maronia zouden doorleiden. Als zij het zouden vragen, moest hij zeggen voor welk huis hij stond.Toen het zover was zei Stratonicus dat hij het wel wist: "een hoerhuis."
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Stratonicus   
Naam Locatie in Tekst
Maronia   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
