Hoofdtekst
Leendert hadde een krieltje van een wijfje, maer ongemeen boos, soodat hij er onder deur moest. In vrolijck geselschap sprack men van boose vrouwen. 'Jae', sij Claes, 'de mijne wilde in 't begin wat spels maecken, maer ik heb geen remedie gevonden tot dit quaedt als dat men de vrouwen wat korter moet houden.' R. 'Dat mag de duyvel geloven, want niemand houdt sijn vrouw korter als ick en noch blijft die basilicus even boos.'
Beschrijving
Leendert had een heel klein vrouwtje, maar ze had hem onder de duim. Volgens Claes was de remedie om de vrouwen wat korter te houden. Leendert zei dat niemand zijn vrouw korter hield dan hijzelf, maar nog bleef ze even boos.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Leendert   
Claes   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
