Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

OVER0442

Een mop (boek), derde kwart 17e eeuw

Hoofdtekst

Als de griffier Cornelis Musch gestorven was, ontboodt mevrouw den commys Spronssen, hem versoeckende, alsoo hij allerwegen quam, dat hij haer soude seggen wat spraeck dat haer man nae ging. 'Ick hoore', seyde sij, 'datter veel sich over hem beklaegen.' R. 'Ick weet niet, mevrouw, waer de luyden sich mede mogen bemoeyen en dat se de man niet met vrede laeten rusten, daer niemandt (om de waerheyt te seggen) redenen om te klaegen heeft als wij met ons beyden, want mevrouw, u heeft hij al te weynig ende mij al te veel gebruyt.'

Beschrijving

Toen griffier Cornelis Musch overleden was, wilde zijn vrouw van commies Spronssen weten wat men over haar man zei, omdat ze gehoord had dat velen zich over hem beklaagden. Maar Spronssen vond dat de mensen geen reden om te klagen hadden zoals zij tweeën, want Musch had zijn vrouw te weinig en Spronssen teveel 'gebruid' [hier in zowel de betekenis van beslapen (van zijn vrouw) als lastigvallen (van Spronssen)].

Bron

Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991

Commentaar

Derde kwart zeventiende eeuw

Naam Overig in Tekst

Cornelis Musch    Cornelis Musch   

[Jan] Spronssen    [Jan] Spronssen   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20