Hoofdtekst
Monsieur Daniël de Lange, tot Amsterdam in geselschap zijnde, raeckte wat aen de vrolijcke kant. Als hij sommige verscheyde reysen dede lacchen, seyde hij: 'Qu'on se raille de moy tant qu'on veut. Je suis sage et fou quand je veu.' 'Et moy quand je puis', antwoorde monsieur.
Beschrijving
Een gezelschap moet meermaals lachen om een man. Iemand zegt: ik ben wijs en
dwaas wanneer ik wil. En ander zegt: en ik wanneer ik kan.
dwaas wanneer ik wil. En ander zegt: en ik wanneer ik kan.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Daniël de Lange   
Naam Locatie in Tekst
Amsterdam   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
