Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

OVER0540

Een mop (boek), derde kwart 17e eeuw

Hoofdtekst

Een meyt die haer meester 's avonts bij 't vier sat en wachte, hadde haer rocken wat boven de knie opgeraept. Hij quam droncken met de sleutel in en vond de meyt slapende. Nadat hij wat gespeculeert hadde, hing hij de kaers daervoor en ging na bedde. Sij, wacker wordende en dese pots siende, ging oock slaepen. De meester, 's nachts wacker wordende en wat nadorst hebbende, eyschte, met groot roepen om de meyt uyt den slaep te wecken, een glas bier. Sij terstont na haer waterpot en vulde het glas. Hij greep het met groote vehementie en swolg het met eene slock deur, maer op 't lest die viese smaeck krijgende, seyde hij: 'Wat duyvel is dat voor bier?' R. 'Uyt dat vat, meester, daer gij gisteren de kaers voor hingt.'

Beschrijving

Een meid zat met haar rokken opgetrokken tot boven de knie te wachten tot haar meester thuis kwam. Toen hij dronken thuis kwam sliep ze, en hij hing een kaars voor haar kruis. 's Nachts had hij wat nadorst en riep om een glas bier. De meid vulde het glas met urine en zei haar meester dat het uit dat vat kwam, waar hij gisteren de kaars voor had gehangen.

Bron

Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991

Commentaar

Derde kwart zeventiende eeuw

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20