Hoofdtekst
Meester Dirck Victoryn tot Rotterdam sijnde, resolveerde vandaer na Den Haeg te vertreckcn. Hij betaelde na de middachmaeltijt sijn gelach ende nam afscheyd. Maer eenige vrienden ontmoetende, raeckte hij in de kroeg daer hij tot 's nagts ten 12 ueren vol en soet sat. Daervandaen trock hij na huys. De meyt, geen gasten meer wachtende, sprong na veel kloppens ten bedd' uyt en liet hem in. Hij excuseerde in rijm en in prose sijn onbeleeftheyt en na de meyt met 5 à 6 omhelsingen en soenen bedanckt te hebben, eyschte hij voor de uytterste courtoisie een pijp tabacq met sijn toebehooren. Hij kreeg het. R. 'Wel, mijn soete kint, nu durf ick u oock niet langer importuneeren, maer ick sal mijn tuygje stilletjes mee na boven neemen ende daer mijn pijpje met gemack boven roocken. Goedennacht, mijn gesegenden engel.' Daermet stapte Victoryn heen (hij niet wetende, ende de meyt niet denckende, dat er een ander man op Victoryns bedde geleyt was). Na boven, beladen met kaers, kandelaer, test met vier, tabacq en een pijp, kannetje bier, servet tot een slaepmuts, waterpot en een droncke lijf etc. Onderweegen op de trappen raeckten hij aen het opseggen uyt Titus en Aran en het wilde jnyst dat de possesseur van sijn bedde van dit aenkomende gedruys wacker was geworden ende dat hij in de kamer tredende, juyst was gekomen aen die passage daer Aran segt: 'Indien daer duyvels sijn die mij tot wreetheyt porden, soo sal ick na mijn doot soo wreden duyvel worden als etc.' De vent, siende Victoryn soo een paer blicken opslaen (alsoo hij het tragice representeerde) en sulcken grooten vent met soo vertwijffelden toestel sulcke woorden spreeckende bij ontijt in de naere nacht in de kamer treden, sprong van verhaestheyt ten bedde uyt. Onse Victoryn was oock niet luy met al sijn tuyg daer neer te smacken en sonder trappen te raken het touw langs te glijden, 'twelck alle de gasten wacker maeckte ende het heele huys in rep en roer sette.
Beschrijving
Een heer kwam 's nachts dronken thuis zonder dat zijn dienstmeid daarop rekende. Zij lag al in bed, en hij vroeg haar nog een pijp tabak met toebehoren te komen brengen. Hij nam alles mee naar boven, maar zonder dat hij wist dat er een andere man in zijn bed lag. De heer zei juist een paar zinnen op uit een tragedie, waardoor de man in het bed van schrik uit bed sprong. Daarop gleed de heer langs het touw naast de trap naar beneden: hij maakte iedereen in huis wakker.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Dirck Victoryn   
Den Haeg   
Titus en Aran   
Naam Locatie in Tekst
Rotterdam   
Den Haag   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
