Hoofdtekst
Een paep bij sijn boeltje koutende, moest op het kloppen van de man voor sijn verblijfplaets tot beter gelegentheyt de haenebalcken kiesen. De vriends onverwacht tehuys komen was dat hij geplondert was en al sijn geld dat hij bij sich hadde quijt was, 'twelck wel 3/4 van sijn gantsche capitael bedroeg. Sijn vrouw, seer verbaest, seyde met een diepe sucht: 'Wat raed in dese uytterste nood!' Hij sijn oogen na omhoog slaende, seyde: 'De Heer hierboven moet liet versien.' De paep niet twijffelende of hij was gesien en gemeent, sprong uyt sijn hol en ter deuren uytlopende, riep hij: 'Om so weynig als ick bij uw wijf kom, soude ick daerom u en uwe familie den beck ophouden. Neen, soo sot niet.'
Beschrijving
Toen een paap bij zijn minnares zat, kwam zijn man thuis. Hij vluchtte toen in de hanenbalken. De man was thuisgekomen omdat hij van driekwart van zijn kapitaal was beroofd. Toen de vrouw uitriep wat ze dan toch moesten doen, zei de man: "De Heer hierboven moet het verzien." De paap dacht toen dat het over hem ging en sprong naar beneden. Hij riep: "Om zo weinig als ik bij je vrouw kom, zou ik daarom jou en je familie onderhouden. Nee zeg."
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Heer   
[God]   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
