Hoofdtekst
Een vrouw wiert op een nacht over de 1000 rijcxdaelders aen kanten gestoolen. De dieven wierden gevat en de fiscael concludeerde tot een geeseling en een brandmerck. 'Ick protesteere tegen die conclusie', seyde des vrouws man. 'en seg dat sij de doot schuldich sijn.' R. 'Sij hebben immers geen huysbraek gedaen?' R. 'Ick weet wel wat ick seg, sij hebben mijn vrouw van kant geholpen.'
Beschrijving
Op een nacht werd van een vrouw voor over de 1000 rijksdaalders aan kant gestolen. Haar man was het niet met het vonnis eens en vond dat de dieven de doodstraf moesten krijgen. Zijn argument was, dat ze zijn vrouw van kant hadden geholpen.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20