Hoofdtekst
Een kleyn sneyertjen hielp een lang kaerel in 't pack steecken en knoopte hem de kraeg toe tot tegen het kaeckebeen, soodat hij half geworgt ten hemel was gedwongen te kijcken. Het snijertje boodt hem goedendach en wilde heen gaen. R. 'Och meester, geeft mij voor 't lest de hant, want mijn leven sie ick u niet weer.'
Beschrijving
Een kleermakertje stak een lange man in het pak. De kraag zat zover dicht dat de man gedwongen werd naar boven te blijven kijken. Het kleermakertje nam afscheid en wilde weer gaan, waarop de man zei: "Och meester, geef mij voor het laatst de hand, want in mijn leven zie ik u niet meer."
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20