Hoofdtekst
De belachelijke kei
De belachelijke kei die ligt overigens daar. Daar kan ik ook niks aan doen. Ik ga het galgenveld op. Wie weet vinden we nog een stuk touw... Het is zo, als u via de kassa - want u heeft betaald tenslotte, of niet, maar dan wacht u nog een prachtig schavot - als u daar het pad over bent gekomen vanochtend, en dat bent u natuurlijk, hetzij lopend, hetzij met vier wielen [tegen een vrouw in een rolstoel], dat kan, dat komt goed uit... dan bent u over het Graaf Willem de Vijfde Pad gekomen. Het Graaf Willem de Vijfde Pad is naar mij vernoemd. Het zij zo, dat ik denk, ik denk, ik denk dat ik graaf Willem de Vijfde ben. Dat is altijd prettig dat je dat zelf denkt, want anders gaan anderen voor je denken, natuurlijk. Graaf Willem de Vijfde leefde van 1333 tot 1389. De man kreeg een hersenbloeding, ze dachten dat 'ie knettergek was geworden. Was toen zo in die tijd; je kreeg een scheve bek, en een lamme poot. Sluit hem maar op, in de kerker met die man. Hij kon geen zinnig woord meer uitkramen. Hij zat in de gevangenis en toen is het gebeurd. Hij ging zich vervelen: hij had kakkerlakken geteld, de ratten besnuffeld, de spinnen uit elkaar getrokken... Ja, je moet wat. Wat heeft 'ie toen gedaan? Het wiel uitgevonden! Graaf Willem de Vijfde vond het wiel uit, en niet zomaar een wiel: nee, het linker en het rechter wiel. Ongelofelijk: het linker en het rechter wiel. Ze dachten: die graaf Willem de Vijfde, die is toch nog wel slim. Zo dom ziet 'ie er niet uit. We laten hem weer vrij, die graaf Willem de Vijfde. Afijn, graaf Willem de Vijfde wordt vrijgelaten. Sinds die tijd noemen ze hem Wieltje: ah, daar gaat Wieltje weer. Dat kun je nog zien op mijn hoed hè? Mijn hoed. Dat is lastig voor de opname natuurlijk, mijn hoed zo te laten zien... Maar afijn, op mijn hoed zitten twee prachtige wielen: het linker en het rechter wiel. En daar is zowaar een vliegtuig. Ja, wij zijn ook niet van gisteren! Afijn, ik moest aanschouwen dat het wiel al bestond, want u heeft allen op school gezeten - tenminste, dat mag ik veronderstellen. Het wiel was allang uitgevonden, dus ik heb twee keer het wiel uitgevonden. Laat dat een wijze les voor u zijn: vind nooit twee keer het wiel uit. Tenzij u daar ernstig behoefte aan hebt, natuurlijk. Afijn, heel verdrietig en teleurgesteld heb ik dus aanschouwd, dat het wiel was uitgevonden. Ik ben naar de barbier-chirurgijn gegaan. Barbier is iemand waar je je haren kan laten knippen - kan nooit kwaad voor sommigen. Uh, je kan je kiezen laten trekken, zonder verdoving - kan ook geen kwaad voor sommigen. Vooral zonder verdoving. Uhm... ik heb een gaatje in mijn kop laten boren, bij de barbier-chirurgijn. Want dat kan je daar namelijk ook laten doen. Heerlijk, dat lucht op zeg! Stress, spanning en emotie verdwijnen als sneeuw voor de zon. Moet er wel sneeuw zijn, moet er wel zon zijn. Nou, ik kan u verzekeren, de zon is er altijd. De sneeuw laat op zich wachten, natuurlijk. Dat ligt aan het...
[Een kip loopt voorbij:] "Tok tok tok."
Inderdaad. Dat ligt aan de temperatuur. Afijn: gaatje in mijn kop laten boren. Prachtig mutsje erbij gekregen. Prachtig toch, weliswaar? Helaas gebruikten ze inferieure kleurstoffen, dat was zo in de middeleeuwen. Inferieure kleurstoffen. En bij een fikse regenbui verleden week is het mutsje uitgelopen, vandaar dat mijn haar oranje is geworden. Maar ja, zo met het EK op het oog dacht ik: mwah, laat maar lekker zitten. Kan geen kwaad. Ik heb er niemand voor aangeklaagd. Met dat mutsje, waar ik natuurlijk heel erg beroemd door ben geworden, heb ik nog een bepaalde verbintenis. Ik heb namelijk een puntje aan dit hoedje. Dat had u ook al gezien natuurlijk, of u moet stekeblind zijn. Afijn, ik heb er zelf een puntje aan gezogen, want gel hadden we nog niet in die tijd - veel spuug gebruikt dus. En elke morgen richtte ik mij tot de zon. En de zon doet ook net of ik gek ben. Gelijk heeft 'ie.
En hij zegt: "Graaf Willem de Vijfde."
Zo spreekt 'ie tot mij, hè?
"Graaf Willem de Vijfde."
Wijze woorden! Profetisch ook.
"Weet je wat je doet vandaag?"
"Nou, zon? Zegt u het eens."
"Maak er vandaag een blije zonnige dag van. Iedereen die binnenkomt vertel je het verhaal: over graaf Willem de Vijfde, die in 1333 is geboren en in 1389 is doodgegaan. En het wiel heeft uitgevonden. En dan komen die mensen over dat prachtige pad, dat Graaf Willem de Vijfde Pad, en dan springt er in één keer een haas over het hazepad..."
[Er vlucht inderdaad ineens een haas voorbij. Het publiek reageert instemmend]
Leuk hè? Aan het einde van mijn levenspad... Dat beest weet ook niet meer waar 'ie moet zitten, natuurlijk. Het Graaf Willem de Vijfde Pad, einde van mijn levenspad, ligt de belachelijke kei. Want daar ging dit verhaal over - althans, dat staat op uw dagprogramma. Ja, ik weet het ook niet, ik heb het ook niet geschreven, het dagprogramma. En de belachelijke kei ligt er niet zomaar. Je kan twee dingen doen: je huppelt eraan voorbij met één vinger in je neus, of twee. Dat kan. Kijk maar. Zie je wel. Dat kan. Da's leuk voor de opname. Afijn, je kan ook zeggen: laat ik eens een moment van rust nemen op deze kruising des levens. En gaan zitten op die belachelijke kei. Waar ga ik naar toe? Ga ik daarvandaan rechtsaf, langs het galgeveld, waar we hier allemaal gezellig zitten te keuvelen? Of gaan we rechtdoor, daar, waar de prehistorie begint, 10.000 jaar terug? Ongelofelijk hè? Je stapt zomaar dertig meter hiervandaan in de prehistorie. Onvoorstelbaar. Maar een waar gegeven. Je gaat hier linksaf langs het galgeveld en je komt daar bij de middeleeuwen. En verderop liggen nog wat Romeinen met elkaar te rollebollen. Ik zou d'r eens een kijkje gaan nemen als ik u was. Heeft u nog een vraag? Stel het mij graag. Soms weet ik het antwoord, maar meestal niet. U heeft geen vragen. Dat komt goed uit. Het verhaal... oeh, ze hebben een vraag. Vertel!
Kind: Sinds wanneer zit hier een haas? Ik heb er nog nooit een eerder gezien.
Wieltje: Ik heb hier nog nooit een haas gezien. Dat komt omdat ik hier een verhaal sta te vertellen, natuurlijk. Hij is geschrokken, want hij woont hier namelijk. Op het galgeveld. En nu sta ik hier, dus hij schrikt van mij. Misschien. Een andere vraag? Iemand een vraag?
Man: Het verhaal...
Wieltje: Het verhaal?
Man: Het verhaal van de belachelijke kei. Komt dat nog?
Wieltje: Ja. Ik zal u vertellen: ik ben Graaf Willem de Vijfde. Hij heeft het niet gehoord. Graaf Willem de Vijfde, die leefde van 1333 tot 1389. En de belachelijke kei...
Man: Waarom heet 'ie zo?
Wieltje: Omdat 'ie aan het einde van mijn levenspad ligt. Aan het einde van mijn levenspad ligt de belachelijke kei. Wilt u het verhaal nog een keer horen?
Man: Nee.
Wieltje: Gooit u er een kwartje in...
Jongen: Je moet het afmaken.
Wieltje: En dan ga ik het nog een keer vertellen.
Jongen: Eerst afmaken.
Wieltje: Heeft u nog een vraag? Het verhaal is misschien wat kort. Maar ik vertel het graag nog een keer. Dan kunt u het checken met het eerste verhaal, wat namelijk hetzelfde is. Dan wens ik u nog een genoeglijke, prettige voortzetting, hetzij lopend, hetzij op een rolstoel. Hoe zit dat nou, in een rolstoel te mogen rijden, en die wielen van mij onder uw billen te mogen voelen?
Vrouw in rolstoel [steekt duimen omhoog]: Fantastisch.
Wieltje: Fantastisch. Ja, dat dacht ik wel. Ha, heerlijk. Dat doet mij deugd. Het ga u goed. Graag gedaan.
De belachelijke kei die ligt overigens daar. Daar kan ik ook niks aan doen. Ik ga het galgenveld op. Wie weet vinden we nog een stuk touw... Het is zo, als u via de kassa - want u heeft betaald tenslotte, of niet, maar dan wacht u nog een prachtig schavot - als u daar het pad over bent gekomen vanochtend, en dat bent u natuurlijk, hetzij lopend, hetzij met vier wielen [tegen een vrouw in een rolstoel], dat kan, dat komt goed uit... dan bent u over het Graaf Willem de Vijfde Pad gekomen. Het Graaf Willem de Vijfde Pad is naar mij vernoemd. Het zij zo, dat ik denk, ik denk, ik denk dat ik graaf Willem de Vijfde ben. Dat is altijd prettig dat je dat zelf denkt, want anders gaan anderen voor je denken, natuurlijk. Graaf Willem de Vijfde leefde van 1333 tot 1389. De man kreeg een hersenbloeding, ze dachten dat 'ie knettergek was geworden. Was toen zo in die tijd; je kreeg een scheve bek, en een lamme poot. Sluit hem maar op, in de kerker met die man. Hij kon geen zinnig woord meer uitkramen. Hij zat in de gevangenis en toen is het gebeurd. Hij ging zich vervelen: hij had kakkerlakken geteld, de ratten besnuffeld, de spinnen uit elkaar getrokken... Ja, je moet wat. Wat heeft 'ie toen gedaan? Het wiel uitgevonden! Graaf Willem de Vijfde vond het wiel uit, en niet zomaar een wiel: nee, het linker en het rechter wiel. Ongelofelijk: het linker en het rechter wiel. Ze dachten: die graaf Willem de Vijfde, die is toch nog wel slim. Zo dom ziet 'ie er niet uit. We laten hem weer vrij, die graaf Willem de Vijfde. Afijn, graaf Willem de Vijfde wordt vrijgelaten. Sinds die tijd noemen ze hem Wieltje: ah, daar gaat Wieltje weer. Dat kun je nog zien op mijn hoed hè? Mijn hoed. Dat is lastig voor de opname natuurlijk, mijn hoed zo te laten zien... Maar afijn, op mijn hoed zitten twee prachtige wielen: het linker en het rechter wiel. En daar is zowaar een vliegtuig. Ja, wij zijn ook niet van gisteren! Afijn, ik moest aanschouwen dat het wiel al bestond, want u heeft allen op school gezeten - tenminste, dat mag ik veronderstellen. Het wiel was allang uitgevonden, dus ik heb twee keer het wiel uitgevonden. Laat dat een wijze les voor u zijn: vind nooit twee keer het wiel uit. Tenzij u daar ernstig behoefte aan hebt, natuurlijk. Afijn, heel verdrietig en teleurgesteld heb ik dus aanschouwd, dat het wiel was uitgevonden. Ik ben naar de barbier-chirurgijn gegaan. Barbier is iemand waar je je haren kan laten knippen - kan nooit kwaad voor sommigen. Uh, je kan je kiezen laten trekken, zonder verdoving - kan ook geen kwaad voor sommigen. Vooral zonder verdoving. Uhm... ik heb een gaatje in mijn kop laten boren, bij de barbier-chirurgijn. Want dat kan je daar namelijk ook laten doen. Heerlijk, dat lucht op zeg! Stress, spanning en emotie verdwijnen als sneeuw voor de zon. Moet er wel sneeuw zijn, moet er wel zon zijn. Nou, ik kan u verzekeren, de zon is er altijd. De sneeuw laat op zich wachten, natuurlijk. Dat ligt aan het...
[Een kip loopt voorbij:] "Tok tok tok."
Inderdaad. Dat ligt aan de temperatuur. Afijn: gaatje in mijn kop laten boren. Prachtig mutsje erbij gekregen. Prachtig toch, weliswaar? Helaas gebruikten ze inferieure kleurstoffen, dat was zo in de middeleeuwen. Inferieure kleurstoffen. En bij een fikse regenbui verleden week is het mutsje uitgelopen, vandaar dat mijn haar oranje is geworden. Maar ja, zo met het EK op het oog dacht ik: mwah, laat maar lekker zitten. Kan geen kwaad. Ik heb er niemand voor aangeklaagd. Met dat mutsje, waar ik natuurlijk heel erg beroemd door ben geworden, heb ik nog een bepaalde verbintenis. Ik heb namelijk een puntje aan dit hoedje. Dat had u ook al gezien natuurlijk, of u moet stekeblind zijn. Afijn, ik heb er zelf een puntje aan gezogen, want gel hadden we nog niet in die tijd - veel spuug gebruikt dus. En elke morgen richtte ik mij tot de zon. En de zon doet ook net of ik gek ben. Gelijk heeft 'ie.
En hij zegt: "Graaf Willem de Vijfde."
Zo spreekt 'ie tot mij, hè?
"Graaf Willem de Vijfde."
Wijze woorden! Profetisch ook.
"Weet je wat je doet vandaag?"
"Nou, zon? Zegt u het eens."
"Maak er vandaag een blije zonnige dag van. Iedereen die binnenkomt vertel je het verhaal: over graaf Willem de Vijfde, die in 1333 is geboren en in 1389 is doodgegaan. En het wiel heeft uitgevonden. En dan komen die mensen over dat prachtige pad, dat Graaf Willem de Vijfde Pad, en dan springt er in één keer een haas over het hazepad..."
[Er vlucht inderdaad ineens een haas voorbij. Het publiek reageert instemmend]
Leuk hè? Aan het einde van mijn levenspad... Dat beest weet ook niet meer waar 'ie moet zitten, natuurlijk. Het Graaf Willem de Vijfde Pad, einde van mijn levenspad, ligt de belachelijke kei. Want daar ging dit verhaal over - althans, dat staat op uw dagprogramma. Ja, ik weet het ook niet, ik heb het ook niet geschreven, het dagprogramma. En de belachelijke kei ligt er niet zomaar. Je kan twee dingen doen: je huppelt eraan voorbij met één vinger in je neus, of twee. Dat kan. Kijk maar. Zie je wel. Dat kan. Da's leuk voor de opname. Afijn, je kan ook zeggen: laat ik eens een moment van rust nemen op deze kruising des levens. En gaan zitten op die belachelijke kei. Waar ga ik naar toe? Ga ik daarvandaan rechtsaf, langs het galgeveld, waar we hier allemaal gezellig zitten te keuvelen? Of gaan we rechtdoor, daar, waar de prehistorie begint, 10.000 jaar terug? Ongelofelijk hè? Je stapt zomaar dertig meter hiervandaan in de prehistorie. Onvoorstelbaar. Maar een waar gegeven. Je gaat hier linksaf langs het galgeveld en je komt daar bij de middeleeuwen. En verderop liggen nog wat Romeinen met elkaar te rollebollen. Ik zou d'r eens een kijkje gaan nemen als ik u was. Heeft u nog een vraag? Stel het mij graag. Soms weet ik het antwoord, maar meestal niet. U heeft geen vragen. Dat komt goed uit. Het verhaal... oeh, ze hebben een vraag. Vertel!
Kind: Sinds wanneer zit hier een haas? Ik heb er nog nooit een eerder gezien.
Wieltje: Ik heb hier nog nooit een haas gezien. Dat komt omdat ik hier een verhaal sta te vertellen, natuurlijk. Hij is geschrokken, want hij woont hier namelijk. Op het galgeveld. En nu sta ik hier, dus hij schrikt van mij. Misschien. Een andere vraag? Iemand een vraag?
Man: Het verhaal...
Wieltje: Het verhaal?
Man: Het verhaal van de belachelijke kei. Komt dat nog?
Wieltje: Ja. Ik zal u vertellen: ik ben Graaf Willem de Vijfde. Hij heeft het niet gehoord. Graaf Willem de Vijfde, die leefde van 1333 tot 1389. En de belachelijke kei...
Man: Waarom heet 'ie zo?
Wieltje: Omdat 'ie aan het einde van mijn levenspad ligt. Aan het einde van mijn levenspad ligt de belachelijke kei. Wilt u het verhaal nog een keer horen?
Man: Nee.
Wieltje: Gooit u er een kwartje in...
Jongen: Je moet het afmaken.
Wieltje: En dan ga ik het nog een keer vertellen.
Jongen: Eerst afmaken.
Wieltje: Heeft u nog een vraag? Het verhaal is misschien wat kort. Maar ik vertel het graag nog een keer. Dan kunt u het checken met het eerste verhaal, wat namelijk hetzelfde is. Dan wens ik u nog een genoeglijke, prettige voortzetting, hetzij lopend, hetzij op een rolstoel. Hoe zit dat nou, in een rolstoel te mogen rijden, en die wielen van mij onder uw billen te mogen voelen?
Vrouw in rolstoel [steekt duimen omhoog]: Fantastisch.
Wieltje: Fantastisch. Ja, dat dacht ik wel. Ha, heerlijk. Dat doet mij deugd. Het ga u goed. Graag gedaan.
Beschrijving
De verteller is een gek met een gaatje in zijn hoofd, die denkt dat hij de dolle graaf Willem V is. Als graaf heeft hij het linker- en het rechterwiel uitgevonden. Omwille van deze uitvinding heeft men hem weer vrijgelaten. Aan het einde van het Willem de Vijfde Pad staat de belachelijke kei, tevens het einde van het levenspad van Willem V.
Bron
Verteld op de Nationale Verteldag in het Archeon in Alphen aan den Rijn (bandopname archief Meertens Instituut)
Commentaar
6 juni 2004
Zie onder Beeld voor een foto van de verteller.
Naam Overig in Tekst
Willem de Vijfde   
V   
Wieltje   
Romeinen   
Naam Locatie in Tekst
Pad   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
