Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

OVER0615

Een mop (boek), derde kwart 17e eeuw

Hoofdtekst

Op een vrolijcke bruyloft was een snaeck die sijn ring van sijn vinger nam en seyde: 'Sie daer, buyrvrouw, ick neem u hooft door die ring te steecken.' R. 'Hoe kan dat mogelijck sijn, ghij moet die ring grouwelijck wijt konnen maeckcn of daer is een argjen in.' R. 'Noch 't één, noch 't ander. Sie daer, het is gewedt om een dousijn soenen, maer gij moest stil sitten. Hij ley de ring op haer voorhooft en stack haer braef met een spel in 't hoofdt. Sij was haer wedspul quijt, maer een half uyr laeter, doe de wijn wat in 't hoofd quam, wedde sij tegens haer bedotter, dat sij door die selfde ring in een pot nam te pissen, sonder datter een droppel besijden de ring souw wesen. Men wedde om een dousijn ducaten tot een collation voor het geselschap. Sij sette fijntjes een groote trechter in de ring en zinsselde daerdeur dat het een lust was; quijt was hij sijn gelt.

Beschrijving

Op een bruiloft wedde een man met een vrouw om een dozijn zoenen dat hij haar hoofd door zijn ring kon steken. Hij won door de ring op haar voorhoofd te leggen en daar met een speld door op haar hoofd te prikken. Na een tijdje wilde de vrouw de man terugpakken. Zij wedde om een dozijn dukaten dat ze door dezelfde ring in een pot kon plassen, zonder dat er een druppel naast de ring zou gaan. Ze won door een grote trechter in de ring te zetten en daardoorheen te plassen.

Bron

Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991

Commentaar

Derde kwart zeventiende eeuw

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20