Hoofdtekst
Een bedelaer quam voor de deur van een rijcke juffrou seer jammerlijck klaegen over sijn grooten honger en eyschte maer één stuckje brood. De meyt quam het haer juffer vraegen. 'Wat', seyde die, 'geeft den armen bloet een heel broot.' Haer vrijer, die haer lang opgepast hadde, sat juyst bij haer en seyde met een diepe sugt: 'Geluckige bedelaer, die de eerste reyse dat hij hier komt terstont een heel brood krijgt, daer ick soo lange jaeren maer om een kleyn sneetje gebeden hebbe en noch niet verhoort ben geworden.'
Beschrijving
Een bedelaar kwam bij een rijke juffrouw vragen om een stukje brood. Zij liet hem een heel brood geven door haar meid. Haar vrijer zei daarop: "Gelukkige bedelaar, die de eerste keer dat hij hier komt een heel brood krijgt, terwijl ik zoveel jaren alleen maar om een klein sneetje gebeden heb en dat nog niet gekregen heb."
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20