Hoofdtekst
Seeckere mevrouw viel al sluymerende een heerschap in de koets geduyrig op het lijf. R. 'Wat woelen is dat! Gij sijt mij te nacht in mijn bedt niet half soo moeyelijck gevallen.' R. 'Wat segt ghij, ghij etc.?' R. 'De waerheyt, mevrouw, ghij hebt immers te nacht in uw en ick in mijn bedde geslapen.
Beschrijving
Een vrouw viel tijdens het in slaap vallen in de koets steeds bovenop een heer. Deze zei toen, dat ze die nacht bij hem in bed lang niet zo moeilijk had gedaan. Toen de vrouw hem niet begreep, legde hij uit dat ze die nacht immers allebei in hun eigen bed hadden geslapen.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20