Hoofdtekst
Een juffer wierdt in de biegt gevraecht of sij noyt om een vrijer badt. R. 'Jae.' R. 'Hoe heet dat gebedt?' R. 'Geeft ons heden ons dagelijcxs broodt.' R. 'Daer werdt immers van geen vrijer gesprooken.' R. 'Ja, maer hoe staet in de uytleggingh: al wat tot des lichaems noodruft en onderhoudinge behoort.'
Beschrijving
Een juffrouw bad voor een vrijer met: "Geeft ons heden ons dagelijks brood." Dat gebed is volgens de uitlegging immers voor alles wat tot de behoefte en onderhoud van het lichaam behoort.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20