Hoofdtekst
Een vent in de Delfsche schuyt sat machtig en schurckte. Endelijck kreeg hij een wackere luys tusschen sijn nagels, die hij met een groote statigheyt weer in sijn kraeg sette (want uyt de bandt van sijn broeck hadde hij se gehaelt), niet anders seggende als: 'Wat duyvel doe jij daer sooverre van huys? Soo je weer sonder paspoort van uw compagnie loopt, sal ick u met de doodt straffen.'
Beschrijving
Een man op een schip had vreselijke jeuk. Uit zijn broekband haalde hij een luis en zette die in zijn kraag, terwijl hij zei: "Wat doe jij daar zover van huis? Als je weer zonder paspoort je compagnie verlaat, zal ik je met de dood straffen"
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Delfsche   
Delftse   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
