Hoofdtekst
Iemand een ander in duel eysschende, nam het aen en beloofde ter bestemder tijt en plaets te komen, maer alsoo hij keur van wapenen hadde, koos hij een piek. Dat den anderen soo dol maeckte, want hij was soo stick siende dat hij geen halve pieck ver sien konde.
Beschrijving
Twee mannen zouden gaan duelleren. De man die het wapen mocht kiezen, koos voor een piek. Daar werd zijn tegenstander woendend om, omdat die niet verder kon zien dan een halve piek ver kon zien.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Een piek is volgens het Woordenboek der Nederlandsche Taal een wapen, bestaande uit een lange houten stok met een puntig uiteinde van ijzer of staal (spies). Oudtijds het hoofdwapen van een deel der infanterie, doch na de invoering van de bajonet in de 18e eeuw allengs in onbruik geraakt.
Een andere betekenis van piek is die als lengtemaat.
Een andere betekenis van piek is die als lengtemaat.
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20