Hoofdtekst
Iemant verdroeg scheep alles van sijn vrouw om onordre te vermijden, maer aen landt gekomen sijnde, sat hij'er met rottingjes op het leer. R. 'Ey janmaet, houdt op, heeft sij scheep wat geseyt of gedaen, ghij moet het haer vergeven en dencken dat de vrouwen swacke vaetjes sijn.' R. 'Dat denck ick oock en daervan bind ick haer soo dicht met rottingen.'
Beschrijving
Iemand verdroeg op een schip alles van zijn vrouw om ruzie te vermijden. Maar aan land ging hij haar te lijf met rottingen [touwachtig materiaal]. Toen iemand zei dat hij haar moest vergeven omdat vrouwen zwakke vaatjes zijn. De man antwoordde: "Dat denk ik ook, daarom bind ik haar vast met rottingen."
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20