Hoofdtekst
Eenige studenten wilden een pots speelen aen Van Thienen. Sij hielpen Zuerius boven op de luyf, die stilletjes aen yder raem de middelste ruyt uyt nam en stack daer in de lengte een hout deur, dat hij van binnen dan dwers draeyden en overeynd sette. Dat dede hij aen ider raem en elck hout hadde een touw in 't midden. Doe klom hij af en bond alle die touwen aen de ring van Van Thienens deur, doe aen 't schrappen: 'Van Thienen, he, hondtsvot, komt er uyt etc.' Hij niet luy, vloog na sijn degen, maer als hij met geweld sijn deur wilde optrecken moesten noodtsaeckelijck alle de glaesen volgen. Hij aen vloecken. 'Jou honsvotten, daer ick uyt kom, noch mijn glasen uyt te smijten etc.' Op lest, doe hij ontrent de deur hadde open gearbeyt met verlies van sijn glasen, gingen sij deur.
Beschrijving
Een paar studenten wilden een grap uithalen met iemand. Door een constructie met houten stokken en touwen zorgden ze ervoor dat de persoon zijn ruiten kapot zou maken als hij de deur open zou doen.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Van Thienen   
Zuerius   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
