Hoofdtekst
Rudolphus Hegerus preeckte eens op de droncke droogscheerders. Daer is het 's ochtens: 'Wat wille we soepen? Brandewijn? Dat is tho starck. Anijs? Daer stinckt man tho veel na. Beer? Dat is tho slappe. Jenever? Ja, dat werd de rechte saecke, dat set wel af. Ja, voorseker set het wel af. Het setje boksen en hoosen, mantels en hoeden, koussen en schoenen en den eenen bras met den anderen af.'
Beschrijving
Een predikant preekte eens op de dronken grappenmakers. 's Ochtends vroegen die zich af wat te drinken. Jenever was het beste, want daardoor gaat in korte tijd alle kleding uit.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Rudolphus Hegerus   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
