Hoofdtekst
Roeland hadde sich om seeckere dochter, daer hij amoreus op was, te krijgen, den duyvel overgegeven, mits dat hij hem alledaeg iets nieuws soude belasten moeten, want soo hij iets commandeerde dat al eens geëxcuteert was of niet meer om te commandeeren kost uytvinden, dat er parate executie op sijn persoon soude vallen. Wederom soo hij den duyvel 3 maelen iets geboodt, hetgeene hij niet effectueren konde, soo soude hij van het contract ontslagen sijn. Dit contract met den duyvel werdt onderteyckent en dat met de juffer weynig tijts daerna. Drie à vier jaeren daerna wierdt hij uyttermaten sieck van melancholie, doordien hij quaelijck iets nieuws meer wist te versinnen, als oock uyt vreese van een redite te doen. De vrouw, merckende dat dese sieckte maer uyt melancholie ontstont, lelde hem soo lang aen het hooft dat hij haer alles opbiechte. R. 'Tut, tut, is het anders niet. Kom, staet op uyt uw bedde, ick neem dat op mij. Ick sal hem wel loeren. Op wat tijt moet hij komen?' R. 'Morgenochtend, precys ten 7 uyren.' R. 'Goedt is het, maeckt dat dat gij ten 6 al uyt sijt.' Klop, klop, klop. R. 'Goedendach juffrouw, is signor Roeland niet te huys? ' R. 'Neen.' R. 'Weet ghij dan niet waer hij is? Ick moest hem noodsaeckelijck spreecken.' R. 'Neen, maer ick geloove dat ick uw boodschap wel weet, doet se maer aen mij, ick sal voortaen in sijn schoenen treden, man en vrouw sijn toch één.' R. 'Heel wel, ghij weet dan wel waer ick om kom?' R. 'Ja, sie daer is een haertje (met trock s'er een uyt haer k..), dat sult gij mij t'avondt recht leveren.' De duyvel reckte het, mogt hij recken, 't hielp niet. Hij leyde het in warm, in koudt water, nada: hij streeck het met heete ijsers etc., zest. In somma, hij moest sijn onmacht bekennen en krom overleveren. Maer alsoo dit 3 maelen moest gebeuren, quam signor Diavolo des anderendaegs weer om de oude boodschap. Sij hadde 13 tobben vol schoon fonteynwater laten doen en in ider swom een houtte backje 2 à 3. Doe ging se in de middelste sitten met haer kraem schoon bloot. R. 'Kom duyvel, wascht me dat gat eens, dat het niet meer en stinckt.' R. 'Dat mag de beul doen, ghij hoer.' En daermede bruyde hij heen, sonder de 3de reyse weder te komen, uyt vreese van weder geaffronteert te werden.
Beschrijving
Om een meisje te krijgen had Roeland de hulp van de duivel ingeschakeld.Voorwaarde was, dat Roeland iedere dag iets nieuws vroeg aan de duivel. Wanneer hij iets zou vragen wat al eens gedaan was, zou hij direct zijn leven verliezen. Na een paar jaar werd Roeland wanhopig, want hij wist niets meer. Hij vertelde alles aan zijn vrouw, en die wilde het voor hem oplossen.Toen de duivel de volgende dag kwam deed zij open. De vrouw slaagde erin om de duivel onmogelijke opdrachten te geven en verloste op die manier haar man.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Zie ook OVER0384.
Naam Overig in Tekst
Roeland   
Diavolo   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
