Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

OVER0757

Een mop (boek), derde kwart 17e eeuw

Hoofdtekst

Iemant was op een gastmael maer niet al te wel in sijn schick. De juffer van de huyse, een aerdig meysje, ley hem de lever van een kapoen voor, seggende: 'Hoe sit je soo droomig, courage, ghij moet nu rondeelen.' Hij sat eerst, quansuys bedenckende, een weynig stil tot de oogen wat gediverteert waeren. Doe deelde hij de lever soetjes rond. Hij at het sijne en een ider sijn stuckje stilletjes op. R. 'Ho mijnheer, waer is de lever?' R. 'Ghij seijd, ick soude ronddeelen en dat lieb ick oock gedaen.'

Beschrijving

Een heer vermaakte zich niet erg op een gastmaal. De juffrouw des huizes legde de lever van een kapoen voor hem neer, en zei hem dat hij nu moest 'rondeelen'. De heer wachtte even en deelde toen de lever rond. Iedereen at zijn stukje op. Toen de juffrouw vroeg waar de lever was, zei hij dat hij moest ronddelen en dat dus ook gedaan heeft.

Bron

Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991

Commentaar

Derde kwart zeventiende eeuw
Een rondeel is een kort gedicht. Deze versvorm werd vaak door rederijkers gebruikt.

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20