Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

OVER0758

Een mop (boek), derde kwart 17e eeuw

Hoofdtekst

De deurwaerder Arentsbergen kreeg commissie van een groot muytmaecker te Dort die van de heele burgerij gemainteneert wiert in Den Haeg op de Voorpoort van het Hof te brengen. Het was wat swaer om uyt te voeren. Hij nam dan een jacht met 8 à 10 soldaeten die hij 1/2 rijcxdaelder daegs gaf en tabacq en wijn (doch bij rantsoen om niet droncken te werden) genoeg, mits dat sij haer soo lang als hij te Dort was stil en omlaeg souden houden. Hij ging bij sijn object loogeeren, alsoo het sijn compeer was. R. 'Het is een quaet teecken als men sulcke luyden siet komen als ghij, ick geloof niet dat ghij hier u met een speelreysje komt vermaecken.' R. 'Neen, seecker niet, het sal noch den een of den anderen op het hart waeyen, maer nu gelt het Pieter, dan Paulus. Ick vreese van uwentwegen dat de eerste last die ick hier na toe sal krijgen op uw kap uytdraeien sal.' R. 'Ja, ja, ick set het haer in sessen, in dat requard schijt ick een reys in u en in het Hof oock.' R. 'Spreeck niet te bout, men weet niet watter beuren kan.' Het duyrde soo 3 à 4 dagen achtereen dat hij, quantsuys of hij het heel druck hadde, des ochtens voor dach en dauw al uyt was en 's avonts laet weer te huys quam. Eyndelijck op een sondach 's middachs over tafel klouwde hij sijn hooft, sich gelaetende en oock seggende dat de vogel hem ontvlogen was en dat hij meende van dien dagh te vertrecken. R. 'Eet tenminsten eerst wat.' R. 'Dat verstaet sich, ick heb sulcken haest niet.' Ontrent drie uyren quam de schipper, met dewelcke hij 's ochtens al gesproocken hadde, waerschouwen dat hij nu binnen een uyr voort moest of dat het tij verloopen soude. R. 'Wel compeer, ick bedanck u van alles goets, sal er noch iets van uwen dienst weesen?' R. 'Ick bedanck u seer, maer sit noch 1/2 uyrtjen en drinckt een glaesje ofroockt een pijpje. Ondertussen gaet de kerck uyt, dan gae ick wel mee om een wandelingetje en convoyeer u tot het jacht.' R. 'Fiat.' Sij trocken dan t'samen na het Hooft en Arentsbergen stapte in het jacht. R. 'Wel, geluck op uw reys, compeer.' R. 'Wel, wat onbeleeftheyt hadde ick daer schier begaen, ick hadde bijnae u vergeten te bedancken! Weest hooglijck bedanckt voor alle eer en vriendschap en goedendagh broeder.' Met stack hij sijn handt uyt, den anderen van de kant van de wal insgelijcx sooveer als hij reycken kost. Ruck, quam Arentsbergen en haelde hem tegen het jacht aen, doe hem de soldaten datelijck bij sprongen en hem binnen kregen. Sij staecken vaerdig af in 't aensien van de stat, die hem nae schreuwde, maer soo ras geen schuyt kost bij de werck krijgen om hem te volgen.

Beschrijving

Deurwaarder Arentsbergen moest een muiter van Dort naar het Hof in Den Haag brengen. Hij deed dit met een list. Hij liet een jacht met een stel soldaten daar in de haven liggen, en ging bij zijn slachtoffer logeren alsof het zijn kameraad was. Hij bleef een paar dagen en deed net of hij het overdag heel druk was. Toen zei hij dat hij wegging, en de 'kameraad' ging met hem mee naar het schip om afscheid te nemen. Toen bedankte Arentsbergen hem zogenaamd en stak zijn hand uit. Zo kon hij de muiter met behulp van de soldaten aan boord trekken en meenemen.

Bron

Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991

Commentaar

Derde kwart zeventiende eeuw

Naam Overig in Tekst

Arentsbergen    Arentsbergen   

Den Haeg    Den Haeg   

Voorpoort    Voorpoort   

Pieter    Pieter   

Paulus    Paulus   

Naam Locatie in Tekst

Den Haag    Den Haag   

Hof    Hof   

Dort    Dort   

Dordt    Dordt   

Dordrecht    Dordrecht   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20