Hoofdtekst
'Kameraedt slaep je?' R. 'Wel, als ick nu niet en sliep, wat soudt ghij willen hebben?' R. 'Ick souw vraegen of gij mij uw paerdt een dagh of twee wouwt leenen.' R. 'Kameraet, slaep je'?' R. 'Ick slaep, ick slaep.'
Beschrijving
Een man hield zich slapende toen hij erachter kwam dat zijn vriend hem om een gunst wilde vragen.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20