Hoofdtekst
Een vent droomde dat hij een grooten schat in een acker vondt. Sij was te swaer om voor hem alleen te draegen. Hij resolveerde dan een houdtje daer bij te steecken maer, dagt hij, dat mogt andere oock aenleyding geven om daer te soecken, of het mogt verwaeyen, of bijgeval uytgetrocken werden. Het is best een goeden dreck daer neer te leggen, dat gaet sekerst. Hij dede soo, maer 's ogtens vondt hij niet als het teycken; het geteyckende was hij quijt.
Onderwerp
AT 1645B - Dream of Marking the Treasure   
ATU 1645B - Dream of Marking the Treasure.   
Beschrijving
Een man droomde dat hij een schat in de grond vond. Omdat die te groot was om mee te nemen, legde hij er een drol op als teken, om hem terug te kunnen vinden. De volgende ochtend vond hij echter alleen nog maar het teken... in zijn eigen bed.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Dream of Marking the Treasure
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
