Hoofdtekst
Van een Vader en een Zoon
Goossen wou zijn Besje zoenen
En zijn vaar kwam op het slag.
Hoe zey hij, mijn moer te zoenen?
Wat de knecht beginnen mag?
Bengel, wacht u zulks te denken
Waarom, zey de jong gezel,
Mag ik uwe moer niet zoenen,
Gij zoent doch de mijne wel.
Goossen wou zijn Besje zoenen
En zijn vaar kwam op het slag.
Hoe zey hij, mijn moer te zoenen?
Wat de knecht beginnen mag?
Bengel, wacht u zulks te denken
Waarom, zey de jong gezel,
Mag ik uwe moer niet zoenen,
Gij zoent doch de mijne wel.
Beschrijving
Op het verbod van zijn vader zijn grootmoeder te zoenen, reageert de jongen waarom hij zijn vaders moeder niet mag zoenen, als zijn vader wel de moeder van hem mag zoenen.
Bron
Collectie Boekenoogen (archief Meertens Instituut)
Commentaar
[17e eeuw?]
uit Pans Fluytje, 200: Van een Vader en een Zoon
Naam Overig in Tekst
Goossen   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22
