Hoofdtekst
Het spook van het Singraven
In het voorgaande staat al beschreven dat het Singraven tien jaar lang een klooster is geweest. Het verhaal luidt dat een non die regelmatig omgang had met dorpelingen, onkuis bevonden werd door de andere nonnen. Na een schijnproces wordt ze levend ingemetseld in een muur van het klooster (dit scheen wel eens vaker te gebeuren in die tijd, ca. 1506).
Haar gekrijs en jammerklachten waren dagen lang te horen, tot dat het moment kwam dat het stil werd. Maar dat werd het absoluut niet. Vanaf dat moment is het gaan spoken op het Singraven. Haar geest dwaalt vanaf toen rond op het Singraven. Regelmatig zou ze boven het spattende water van de watermolen gezien zijn en haar geest zou ongeluk geven aan de bewoners van het Singraven. Dat dit niet verzonnen is blijkt wel, want in 1878 wilde de toenmalige bewoner Hendrik Jan Roessink Udink na een diner een sigaar opsteken. Hij struikelde over een brandende olielamp en in een paar seconden stond hij helemaal in brand.
Ze hebben hem al brandend in de Dinkel gegooid maar hij is een dag later aan zijn verwondingen overleden. Verder werden verschillende vroegere eigenaren door geldproblemen geteisterd, waarvan sommige aan de drank raakten. Moderne paragnosten van het programma 'Het Zwarte gat' hebben het huis onderzocht. De paragnosten hebben een hond waargenomen die dwars door de muren en gesloten deuren zweefde. In de jaren twintig heeft men een lege ruimte achter een muur aangetroffen. Het schijnt zo te zijn dat daar iets gevonden is wat men tot nu toe nog niet bekend heeft willen maken.
Ook nu nog waakt de geest van de non over het Singraven. Soms zweeft ze vormloos tussen de witte nevel boven de Dinkel, of men ziet haar achter een venster staan van het Huis Singraven. Door deze legende heeft het huis ook een bijnaam gekregen, namelijk Het Zwarte Huis.
[Bron: http://www.kasteleninoverijssel.nl/pages/singraven.htm]
In het voorgaande staat al beschreven dat het Singraven tien jaar lang een klooster is geweest. Het verhaal luidt dat een non die regelmatig omgang had met dorpelingen, onkuis bevonden werd door de andere nonnen. Na een schijnproces wordt ze levend ingemetseld in een muur van het klooster (dit scheen wel eens vaker te gebeuren in die tijd, ca. 1506).
Haar gekrijs en jammerklachten waren dagen lang te horen, tot dat het moment kwam dat het stil werd. Maar dat werd het absoluut niet. Vanaf dat moment is het gaan spoken op het Singraven. Haar geest dwaalt vanaf toen rond op het Singraven. Regelmatig zou ze boven het spattende water van de watermolen gezien zijn en haar geest zou ongeluk geven aan de bewoners van het Singraven. Dat dit niet verzonnen is blijkt wel, want in 1878 wilde de toenmalige bewoner Hendrik Jan Roessink Udink na een diner een sigaar opsteken. Hij struikelde over een brandende olielamp en in een paar seconden stond hij helemaal in brand.
Ze hebben hem al brandend in de Dinkel gegooid maar hij is een dag later aan zijn verwondingen overleden. Verder werden verschillende vroegere eigenaren door geldproblemen geteisterd, waarvan sommige aan de drank raakten. Moderne paragnosten van het programma 'Het Zwarte gat' hebben het huis onderzocht. De paragnosten hebben een hond waargenomen die dwars door de muren en gesloten deuren zweefde. In de jaren twintig heeft men een lege ruimte achter een muur aangetroffen. Het schijnt zo te zijn dat daar iets gevonden is wat men tot nu toe nog niet bekend heeft willen maken.
Ook nu nog waakt de geest van de non over het Singraven. Soms zweeft ze vormloos tussen de witte nevel boven de Dinkel, of men ziet haar achter een venster staan van het Huis Singraven. Door deze legende heeft het huis ook een bijnaam gekregen, namelijk Het Zwarte Huis.
[Bron: http://www.kasteleninoverijssel.nl/pages/singraven.htm]
Onderwerp
SINSAG 0983 - Eingemauert. Das Gebäude ruht auf einem Toten.   
Beschrijving
Een non wordt wegens onkuisheid tot de doodstraf veroordeeld en levend ingemetseld in de kloostermuur. Eerst hoort men haar nog schreeuwen. Na haar dood spookt ze rond.
Commentaar
Aangetroffen op 18 oktober 2005
Zie onder beeld voor een foto van Singraven.
Commentaar van Theo Meder bij de uitzending van Willem Wever (NCRV, najaar 2005):
3. De non van Singraven (Overijssel)
De sage van de non van Singraven is vrij rechttoe-rechtaan: een non wordt als straf voor haar zonden levend ingemetseld in de kloostermuur, sterft en blijft rondspoken. Ze jaagt mensen in de omgeving schrik aan, en de suggestie wordt gewekt dat ze een latere bewoner van het gebouw in brand steekt.
Zowel binnen de christelijke leer als binnen andere vormen van geloof wordt aangenomen dat na het overlijden van de mens de geest of ziel zich van het lichaam losmaakt. Volgens de christelijke leer gaat de ziel dan naar de hemel (of het vagevuur of de hel). Volgens oudere geloofsvormen kon een ziel echter ook op aarde blijven ronddolen, omdat de ziel geen rust kon vinden. Dat kwam dan bijvoorbeeld, omdat er onrecht was geschied (moord, zelfmoord etc.). In veel gevallen verdwijnt het spook pas, als het onrecht wordt rechtgezet, maar dat kan lang niet altijd. Hoezeer dit vanuit het christendom ook als 'bijgeloof' is bestempeld en bestreden, het geloof is tot op de dag van vandaag blijven bestaan.
Het is niettemin zeer de vraag of spoken bestaan. Onlangs beweerden twee Britse onderzoekers een spook te hebben gefotografeerd in het Gelderse kasteel Doorwerth, maar achteraf bleek dat een grap te zijn geweest.
Omdat spoken onstoffelijk zijn, zijn ze op aarde tot weinig meer in staat dan enge geluiden maken en mensen met hun verschijning schrik aanjagen. Toch zijn er ook volksverhalen bekend, waarin een spook ergens een afdruk of brandplek achterlaat. Het in brand steken van een persoon zou echter wel een erg sterk staaltje geweest zijn. Volgens een andere bron had Roessingh op een avond te diep in het glaasje gekeken, stootte hij per ongeluk een olielamp om en vatte zijn baard vlam.
Boze tongen beweren dat er in de middeleeuwen wel eens onkuise nonnen voor straf levend werden ingemetseld. Je vraagt je dan wel af waarom het slachtoffer zo gedwee bleef zitten, want een versgemetseld muurtje duw je met gemak omver.
Het is in deze sage bovendien de vraag of de moeder-overste wel de juridische macht had om tot deze doodstraf over te gaan: de abdis mocht wel straffen, maar mocht in principe niet verder gaan dan gevangenisstraf. Het ontvluchten van het klooster om een avondje naar de kroeg te gaan was voor een non weliswaar een ernstig vergrijp, maar toch meer iets dat bestraft werd met een flinke hoeveelheid stokslagen of een gevangenisstraf.
We hebben - nogal eens ten onrechte - de neiging om ons de middeleeuwen als erg wreed voor te stellen. Inmetselen als straf verwarren we dan maar al te graag met inmetselen als persoonlijke keuze. Sommige nonnen lieten zich inmetselen als kluizenares, om zich niet langer door het wereldse te laten afleiden en zich in alle vroomheid aan God te kunnen wijden. Er bleef dan wel een ruimte in de muur open om zo'n kluizenares van eten en drinken te kunnen voorzien. Eén van de beroemdste nonnen in Nederland was de Augustiner Suster Bertken (1427-1514), die zich op 30-jarige leeftijd vrijwillig in de muur van de Utrechtse Buurkerk liet metselen en er vanaf 1457 niet minder dan 57 jaar leefde. Suster Bertken had overigens voldoende leefruimte in haar kluis met een sobere inventaris als een bed, een tafel en een stoel; bovendien had haar kluis een deur die door een geestelijke geopend kon worden in geval van nood, ziekte of overlijden.
Singraven is overigens maar 10 jaar een klooster geweest en wel voor begijnen.
3. De non van Singraven (Overijssel)
De sage van de non van Singraven is vrij rechttoe-rechtaan: een non wordt als straf voor haar zonden levend ingemetseld in de kloostermuur, sterft en blijft rondspoken. Ze jaagt mensen in de omgeving schrik aan, en de suggestie wordt gewekt dat ze een latere bewoner van het gebouw in brand steekt.
Zowel binnen de christelijke leer als binnen andere vormen van geloof wordt aangenomen dat na het overlijden van de mens de geest of ziel zich van het lichaam losmaakt. Volgens de christelijke leer gaat de ziel dan naar de hemel (of het vagevuur of de hel). Volgens oudere geloofsvormen kon een ziel echter ook op aarde blijven ronddolen, omdat de ziel geen rust kon vinden. Dat kwam dan bijvoorbeeld, omdat er onrecht was geschied (moord, zelfmoord etc.). In veel gevallen verdwijnt het spook pas, als het onrecht wordt rechtgezet, maar dat kan lang niet altijd. Hoezeer dit vanuit het christendom ook als 'bijgeloof' is bestempeld en bestreden, het geloof is tot op de dag van vandaag blijven bestaan.
Het is niettemin zeer de vraag of spoken bestaan. Onlangs beweerden twee Britse onderzoekers een spook te hebben gefotografeerd in het Gelderse kasteel Doorwerth, maar achteraf bleek dat een grap te zijn geweest.
Omdat spoken onstoffelijk zijn, zijn ze op aarde tot weinig meer in staat dan enge geluiden maken en mensen met hun verschijning schrik aanjagen. Toch zijn er ook volksverhalen bekend, waarin een spook ergens een afdruk of brandplek achterlaat. Het in brand steken van een persoon zou echter wel een erg sterk staaltje geweest zijn. Volgens een andere bron had Roessingh op een avond te diep in het glaasje gekeken, stootte hij per ongeluk een olielamp om en vatte zijn baard vlam.
Boze tongen beweren dat er in de middeleeuwen wel eens onkuise nonnen voor straf levend werden ingemetseld. Je vraagt je dan wel af waarom het slachtoffer zo gedwee bleef zitten, want een versgemetseld muurtje duw je met gemak omver.
Het is in deze sage bovendien de vraag of de moeder-overste wel de juridische macht had om tot deze doodstraf over te gaan: de abdis mocht wel straffen, maar mocht in principe niet verder gaan dan gevangenisstraf. Het ontvluchten van het klooster om een avondje naar de kroeg te gaan was voor een non weliswaar een ernstig vergrijp, maar toch meer iets dat bestraft werd met een flinke hoeveelheid stokslagen of een gevangenisstraf.
We hebben - nogal eens ten onrechte - de neiging om ons de middeleeuwen als erg wreed voor te stellen. Inmetselen als straf verwarren we dan maar al te graag met inmetselen als persoonlijke keuze. Sommige nonnen lieten zich inmetselen als kluizenares, om zich niet langer door het wereldse te laten afleiden en zich in alle vroomheid aan God te kunnen wijden. Er bleef dan wel een ruimte in de muur open om zo'n kluizenares van eten en drinken te kunnen voorzien. Eén van de beroemdste nonnen in Nederland was de Augustiner Suster Bertken (1427-1514), die zich op 30-jarige leeftijd vrijwillig in de muur van de Utrechtse Buurkerk liet metselen en er vanaf 1457 niet minder dan 57 jaar leefde. Suster Bertken had overigens voldoende leefruimte in haar kluis met een sobere inventaris als een bed, een tafel en een stoel; bovendien had haar kluis een deur die door een geestelijke geopend kon worden in geval van nood, ziekte of overlijden.
Singraven is overigens maar 10 jaar een klooster geweest en wel voor begijnen.
Naam Overig in Tekst
Hendrik Jan Roessink Udink   
Het Zwarte Gat   
Het Zwarte Huis   
[Hendrik Jan Bernard Roessingh Udink]   
Naam Locatie in Tekst
Singraven   
Dinkel   
Plaats van Handelen
Denekamp (Overijssel)   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
