Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

HUBKUNST07 - De boeren van Bakel

Een sage (boek), 1934

Hoofdtekst

De boeren van Bakel
't Waren goeie menschen allemaal, de boeren van Bakel daar in Peelland; maar toen Onze Lieve Heer de uitdeeling deed van de gave van 't verstand, stonden ze zeker te ver naar achteren in de rij. En zoo kwam het, zeggen de spotters ten minste, dat ze nooit het volle pond gekregen hebben.
In den goeien ouden tijd dan, waren de boeren van Bakel erg grootsch op hun mooie dorpskerk. Nu mocht dan ook wel, want Willebrordus zou ze al opgebouwd hebben.
Maar volgens de meening van de boeren, die er in de herberg al veel over gedelibereerd hadden, stond ze eigenlijk te dicht bij den zandweg. Daar kwam des Zondags wel eens een koets langs bolderen. Dus het was wel wat gevaarlijk, er kon immers een jonge Bakelaar onder de wielen geraken, als ze ter kerke togen.
De kerk moest verplaatst worden, verder het land in. Met man en macht zouden ze komen om die karwei op te knappen. De kerkmeesters- hun Patroondag was Onnoozele kinderen- waren hier nog zoo onnooozel niet vonden de Bakelaars. Ze spanden touwen en zeelen driedubbel dik rondom de kerkmuren en toen gaven ze bevel te trekken, te trekken met alle krachten. Zoo zou de kerk verschoven worden. De boeren trokken, dat hun spieren kraakten en 't zweet hun van de roode koppen droop. Opeens knapte het touw stuk en holderdebolder rolden ze door elkaar in 't gras op de kerkwei. Opgestaan, hielden ze even beraad.
De snuggersten onder hen vonden een ander plan. Ze zouden met hun allen, den rug tegen de muren zetten en dan duwen, om zoo langzaam en voorzichtig het groote kerkgevaarte te verplaatsen. Vol goeden moed begonnen de Bakelaars opnieuw. Ze spuugden even in de handen en daar duwden ze eensgezind tegen de muren. Omdat het zoo warm was, hadden ze hun blauwe kielen er bij uitgetrokken. Die lagen in een rij op de kerkwei, waar ze pas zwaarwichtig boomend bijeengezeten hadden.
Daar kwam de schareslijper van Boekel aan. Langzaam en hangerig zeulde hij z'n kruiwagentje voort. Opeens zag hij de boerenkielen liggen op 't kerkweitje, ze waren bijna nog nieuw. Die zijn voor mij, zei de Boekelsche scharenslijper. In twee, drie grepen graaide hij ze bijeen, duwde ze handig in z'n kruiwagentje, en daar ging hij alweer verder. Ja, hij had wel hooren zuchten en hijgen achter de kerk, en hij had wel kunnen weten, dat die blauwe kielen daar niet te drogen waren neergelegd, maar tja, zóó was den Boekelschen Jan nou. Daar kruide hij al weer: Scha....rennn...sl-ie-p!
Een tijdje later hielden de Bakerlaars doodvermoeid op met duwen. Zeker zoude kerk een aardig eindje verschoven zijn. Allo! Nog één keer! Een kerkmeester zou even achter de kerk omloopen en zien of ze genoeg verzet was. Maar in éénen ademtocht kwam hij terug gesprongen bij de hijgende, zweetende boeren, die hun sterke ruggen tegen den muur kromden.
- Houdt toch op, verdulleme-nog-an-toe, houdt op! Onze kielen liggen al onder de kerk!
Voor zoo iets moet je nu toch in Bakel zijn.
Nog een andere grap hebben die van Bakel, daar in Peelland, uitgehaald.
Het was in den tijd, toen het dorp nog geen naam had. Ze waren bezig de kerk te bouwen; het dak lag er al op. Toen de schepenen 't werk eens gingen bezichtigen, zagen ze tot hun verwondering, dat er lang gras groeide in de dakgoot. Dat konden ze daar niet afmaaien; maar er was gauw een oplossing gevonden. Ze sloegen een strik om den hals van een kalf en heschen het beest met een katrol omhoog tot het kerkdak. Heel Bakel stond er met aandacht naar te kijken. Het kalf, doodsbenauwd, liet een blauwige tong uit den bek hangen,
- Zie eens, het lekkebaardt al, zei d'r een.
Toen het dier ter hoogte van 't gras gekomen was, bulkte het, steunend en rochelend: 'Baok, boake, boak-el!'
Nu steeg de vreugde ten top. Hoor eens, riepen de schepenen, nu geeft dat kalf ook nog een naam aan ons dorp, een naam waarnaar we dagenlang zochten. Ons dorp zal voortaan Bakel heeten. - Zoo werd eenstemmig besloten en die naam bleef tot heden behouden.

Onderwerp

AT 1210 - The Cow is Taken to the Roof to Graze    AT 1210 - The Cow is Taken to the Roof to Graze   

ATU 1210 - The Cow (Other Domestic Animal) is Taken to the Roof to Graze    ATU 1210 - The Cow (Other Domestic Animal) is Taken to the Roof to Graze   

Beschrijving

De inwoners van Bakel waren het er over eens dat de kerk te dicht bij de zandweg stond. Ze besloten de kerk te verplaatsen. Ze bonden touwen aan de kerk en trokken tot het touw knapte. Daarna begonnen ze met hun rug te duwen tegen de kerk. Omdat het zo warm was deden ze hun kielen uit en legden die in het kerkweitje. De scharensliep kwam langs en nam de kleding mee. Toen een van de mannen ging kijken hoe ver de kerk al verplaatsd was, zag hij de kielen niet meer liggen riep de mannen te stoppen met duwen omdat ze al zo ver geduwd hadden, dat de kielen onder de kerk lagen!
De inwoners van een naamloos dorp bouwden een kerk. Toen het dak er al op lag zagen ze dat er lang gras op groeide. Hierop hesen ze een kalf met een touw om de nek omhoog. Het beest stikte bijna en stak een blauwe tong naar buiten en stootte vreemde geluiden uit: 'Baok, boake, boak-el!' Vanaf dat moment heet het dorp Bakel.

Bron

Hub. Kunst. Brabantsche sagen: aan de boeren van Brabant, die nog de sagen van hun land bewaren. Turnhout, 1934. p. 46-49

Commentaar

1934
The Cow is Taken to the Roof to Graze & TM 2601: Hoe het dorp (de stad, heuvel, het stuk land) aan z'n naam is gekomen

Naam Overig in Tekst

Onze Lieve Heer    Onze Lieve Heer   

Bakelaar    Bakelaar   

Boekelschen Jan    Boekelschen Jan   

Naam Locatie in Tekst

Bakel    Bakel   

Brabant    Brabant   

Peelland    Peelland   

Willebrordus    Willebrordus   

Boekel    Boekel   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20