Hoofdtekst
Iemant, die ten onrechte in een quaedt blaetje stont bij sijn meester, wierdt eens dapper overgehaelt. R. 'Meester, hoewel ick onschuldich voor G[od] ben, soo weet ick dat ghij mij voor schuldig houdt, maer denckt eens op u selven en op het 9e gebodt en siet of gij geen valsche getuygenis tegen mij in uw hart draegt.'
Beschrijving
Een knecht wordt ten onrechte verdacht door zijn baas. Als er op een goed moment kwaad wordt gesproken over de knecht, spreekt die zijn meester aan. Hij weet wel dat de baas hem schuldig heeft bevonden. Evenwel kan hij beter eens op zichzelf letten of hij geen overtreding begaat ten opzichte van het negende gebod en een vals getuigenis ten opzichte van de knecht in zijn hart draagt.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Het negende gebod in de tekst verwijst naar het negende gebod van de tien geboden die Mozes op de berg Sinai van God kreeg (Exodus 20). In Exodus 20:16 staat het negende gebod: Gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste. [Statenvertaling]
Naam Overig in Tekst
God   
negende gebod   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
