Hoofdtekst
Joan in Duytsland reysende, doe het de Lotharingers noch seer infesteerden, kreeg grooten overlast en met eenige uyt de aeck aen landt gestapt zijnde om den Rhijn op wat te wandelen, escarteerde hij sich ontrent 2 musquetschooten van de gemeene weg om sijn bolsvanger uyt te wringen. De boeren hadden hem verspiedten gingen hem soetjes nae en beginnen, soo als sij dichtbij hem waeren en hij in 't druckste een deuntje sat en quinckeleerde, iuydskeels eenpaerig te roepen: 'Daer komen se, daer komen se', en teegen al haer best op het loopen. Hij niet luy, nam sijn broeck in sijn handt en haer gevolgt 1/2 uyr lang, terwijl de keutelen al in sijn broeck vielen, tot hij mede aen de aeck quam sij haer te barsten meenden te lacchen.
Beschrijving
Joan krijgt gedurende een bootreis door Duitsland last van krampen. De aak meert aan en hij stapt aan land. Hij zondert zich af en wil dan zijn behoefte in de vrije natuur doen. Enkele boeren hebben Joan opgemerkt en sluipen naar hem toe. Als hij bezig is en een deuntje aan het fluiten is, roepen de boeren plotseling: 'Daar komen ze, daar komen ze' en rennen op hem af. Joan grijpt zijn broek in zijn hand en rent zo snel mogelijk richting de boot, daarbij nog immer zijn behoefte doend, terwijl hij achtervolgt wordt door de boeren. Die hebben om dit geval uitbundig plezier.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Joan   
Lotharingen   
Naam Locatie in Tekst
Duitsland   
Rijn (Rhijn)   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
