Hoofdtekst
In sommige plaetsen bidt men het Vader Ons niet verder als 'Maer verlost ons van den quaeden', en daermet uyt. Seker kint ging op soo een plaetse ter school. De ouders vraegden of het sijn Vader Ons al kost. R. 'Jae, maer het is soo goet niet als het onse.' R. 'Hoe soo?' R. 'Het heeft kragt noch maght.'
Beschrijving
Op enkele plaatsen bidt men het Onze Vader niet verder dan 'Maar verlos ons van de boze.' Een kind gaat naar school in een plaats waar men die gewoonte heeft. Als hij thuiskomt, vragen zijn ouders of hij het Onze Vader al kent. Dat kent hij inderdaad, maar het is op school niet zo goed als wat ze thuis gewend zijn. Als zijn ouders vragen waarom dat is, zegt hij dat het op school kracht noch macht heeft. (De zin 'Want Uw is het Koninkrijk, en de kracht, en de heerlijkheid, in der eeuwigheid, amen' wordt op school weggelaten.)
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
De versie van het gebed dat Jezus leerde en die het kind kende, is te vinden in Mattheüs 6: 9-13. In het evangelie van Lucas staat de versie die de school aanleerde, dus zonder 'Want Uw is het Koninkrijk, en de kracht, en de heerlijkheid, in der eeuwigheid, amen'.
Naam Overig in Tekst
Onze Vader   
Lucas   
Mattheüs   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
