Hoofdtekst
Catlijn was soo queeps en soo mild in 't geeuwen dat haer moer haer daerover meenigmael bestrafte. R. 'Och moeder, ick heb sulcken hooft- en lendenpijn.' R. 'Tut, tut, dat is altemael gemaeckt werck.' R. 'Ja, gemaeckt werck (suchtende), lieve moertje', want sij hadt den buyck vol beens.
Beschrijving
Catlijn geeuwt zo veel dat haar moeder haar regelmatig een reprimande geeft. Daarop zegt het meisje dat ze zo'n hoofd- en lendenpijnen heeft. Haar moeder vindt dat 'gemaakt werk', aanstellerij dus. Het meisje zucht en geeft aan dat het inderdaad gemaakt werk is. Ze is in verwachting...
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeue
Het woord queeps is onbekend. Het Woordenboek der Nederlandsche Taal kent het niet (ook niet onder alternatieve spellingen als kweeps, kweps en queps) en op de website van de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren (DBNL) levert het woord noch de varianten treffers op.
Naam Overig in Tekst
Catlijn   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
