Hoofdtekst
Gerrit gaf sijn wijf 3 à 4 klappen die gevloogen waeren. De buyren quamen hem vast houden en baden hem dat hij er uijtscheyen souw. R. 'Ick ben geen man die mijn dingen ten halven doe, ick hebb' haer pas vier klincken gegeven, het is mijn wijf dat mij toevertrouwt is, moet er acht op slaen.'
Beschrijving
Gerrit slaat zijn vrouw en heeft al drie of vier klappen uitgedeeld. De buren snellen toe en proberen hem vast te houden, hem smekend op te houden. Gerrit stelt dat hij geen man is die zijn dingen half doet. Hij heeft nog maar vier klappen uitgedeeld. Het is zijn vrouw, zij is hem toevertrouwd en hij moet er dus acht op slaan.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Gerrit   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
