Hoofdtekst
Jan Sourij op een bruyloft tot Rotterdam nevens seecker juffer sittende, kreeg twee gesontheden teffens voor hem, elck in een fluyt bijsonder. Hij dronck se schoontjes uyt en meende soo een witte broodt daerop te duwen, maer tot sijn ongeluck wierd er op het taljoor geklopt om te bidden. In 't gebed quam hem een vlaeg over, sijn hoedt raeckte vol en de rest willende over sijn schouders werpen, kreeg gemelde juffer soo een staert saluade van het kalf. Juffer Van der Aa, cum sociis, namen haer buyten en verschoonden haer van 't hooft tot de voeten. 'Beest, varcken etc.', seyden de bruyloftsgasten, 'schaemt u, gaet nu noch heen ende maeckt uw excuse aen de juffer.' Jan Neef quam met sijn droncke gat hij haer, sich excuseerende soo hij best konde, maer met dit stuypen en nijgen wiert hij weer soo quaelijck, dat hij de juffer tusschen de borsten in spoog, dat het onder weer uyt liep. Hij wierd om sijn beestige dronckenheyt in een koets geleyt en thuys gevoert. Des anderendaegs, doe hij nuchtren was, quam ydereen bij hem en seyden dat hij na de juffer op sijn kniën behoorde te kruypen en alsoo sijn submissiën doen etc. R. 'Ick heb er den Ioffelijcken bruy van. Schijt excuseren, het souw staen of ik ongelijck hadde.'
Beschrijving
Jan Sourij is te gast op een bruiloft in Rotterdam en hij zit daar naast een dame. Hij krijgt twee 'gezondheden' (alcoholische drank, bier wellicht) tegelijkertijd voorgezet, elk geschonken in een fluit. Hij drinkt de glazen tot de laatste druppel leeg en daarna wil hij zich tegoed doen aan wittebrood, maar er wordt aandacht gevraagd voor gebed. Tijdens dat gebed krijgt Jan een plotselinge aanval van misselijkheid en hij geeft over. Het is teveel om in de hoed te kunnen houden en de rest wil hij kwijt door over zijn schouder over te geven, maar daar zit de juffrouw. Die krijgt een straal van de vuiligheid over zich heen en juffrouw Van der Aa met de haren neemt de onfortuinlijke dame mee naar buiten om haar schoon te maken van hoofd tot voeten. De dronken Jan krijgt het inmiddels zwaar te verduren van de andere bruiloftsgasten. Ze gebieden hem om zijn excuses aan te bieden aan en dat gaat hij dan ook maar doen. Met zijn benevelde hoofd biedt hij haar zijn excuses aan zo goed hij kan, maar met zijn heftige buigingen komt ook de misselijkheid weer opzetten. Opnieuw geeft hij over en hij doet dat deze keer precies in het decolleté van de dame, en wel zoveel, dat het er aan de onderkant weer uitloopt. Dan hebben de mensen er genoeg van. Ze leggen hem in een koets en sturen hem naar huis. De volgende dag, als hij aan het ontnuchteren is, komen er verschillende mensen bij hem langs die hem vermanen en hem zeggen dat hij wel op zijn knieën vergeving mag gaan smeken aan die dame. Jan: 'Ik dank je feestelijk! Je kunt me wat met je excuses, dan zou het lijken of ik ongelijk had.'
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Jan Sourij   
Juffer Van der Aa   
Jan Neef   
Naam Locatie in Tekst
Rotterdam   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
