Hoofdtekst
Een voerman met een kar vol hout, riep al: 'Guarde, guarde.' Een edelman daer voorbij komende, wilde uyt grootsheyt niet wijcken. De voerman rede hem op het lijf en quetste hem. De edelman ontboodt hem voor recht. De goede man, seer hier over beteutert, wiert geraden dat hij sich stom soude houden, 'twelck hij dede. Wat dat de edelman klaegde, op het lest seyden de rechters: 'Wat sullen wij desen man doen, hij is stom en kan sich niet verantwoorden.' 'Neen', seyde de edelman, 'hij is niet stom, want doe ick hem tegenquam, riep hij "guarde, guarde" of hij dol was.' 'Waerom weeckt gij dan niet?', seyden de heeren.
Beschrijving
Een voerman die met een kar vol hout rijdt, roept voortdurend: 'Kijk uit, kijk uit!' Een edelman is te trots om uit te wijken voor de eenvoudige voerman. Die rijdt hem vervolgens aan, waardoor de edelman gewond raakt. De edelman daagt hem voor het gerecht. De arme kerel zit daar nogal mee in zijn maag, maar om zich er uit te kunnen maken, krijgt hij het advies zich stom te houden, dus te zwijgen. Dat doet hij dan maar en zo blijft het stil op alles wat de edelman aanbrengt. Uiteindelijk vragen de rechters zich af wat ze met deze man aanmoeten; hij is stom en kan zich daarom niet verantwoorden. Daar komt de edelman tegen in het geweer. 'Hij is niet stom, want toen ik hem tegenkwam, riep hij 'kijk uit, kijk uit' alsof hij dol geworden was. Waarop de rechters vragen: 'Waarom ging u dan niet opzij?'
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20