Hoofdtekst
Tijs Lichtvoet was gecondemneert een oor aen de kaeck te verliesen. Ter plaets gekomen sijnde, vond er de beul, die bekayt stondt, geen. R. 'Hoe duyvel sal het hier gaen?' R. 'Gaet en vraegt aen mijnheeren, waer dat dat geschreven staet, dat ik haer alle blaeuwe maendag een oor moet leveren.'
Beschrijving
Tijs Lichtvoet is veroordeeld: hem zal een oor afgehakt worden. Als hij bij de beul aankomt, vindt die geen oren om af te hakken. Die vraagt zich verbaasd af hoe nu verder. Daarop antwoordt Tijs dat hij maar eens aan de heren rechters moet gaan vragen waar het geschreven staat dat hij hen om de haverklap een oor moet geven.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Tijs Lichtvoet   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
