Hoofdtekst
Seker quacksalver, dapper stoffende op sijn kunst, beroemde hem alle sieckten te kunnen genesen: scheurbuyck, pijn in 't hooft, tantpijn, schurft etc. 'En dat niet', seyde hij, 'door langte van tijt, maer stante pene.' 'Dat was', seyde iemant 'een treffelijcke remedie voor de vrouwen.'
Beschrijving
Een kwakzalver, die hoog opgeeft van zijn kwaliteiten, beroemt zich op zijn kwaliteit alle ziektes te kunnen genezen: scheurbuik, hoofdpijn, kiespijn, schurft etc. 'En dat niet,' aldus de zelfverzekerde pocher, 'niet door een langdurige behandeling, maar stante pene (in plaats van stante pede).' Daarop zegt iemand: 'Dat is een uitstekend geneesmiddel voor de vrouwen.' (Deze spreker interpreteert het potjeslatijn van de kwakzalver dus als 'staande penis'.)
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20