Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

KUYP002 - De kreupele Cistercienser

Een legende (boek), 1938

KUYP002.jpg

Hoofdtekst

Tusschen de milde armen van Maas en Waal, waar de dorpen liggen gegaard onder vlaggende wolkenhemels, die 's zomers lijk bergen wandelen boven 't groen der graslanden en onder de blauwte, waar de boerenwoonsten als landjuweelen liggen geringd boven malsch begroeide terpen, en het rood-bont vee tot wijd over het Cuyksche land geprezen wierd om zijn vetheid, bloeit, gelijk 'n Pinksterveld mee duizenden margrieten, sedert niet te tellen tijden, de moederlijke bijstand van ons aller Maria. Dat staat te lezen in de oogen der levenden en op de graven der gestorvenen uit Oyen, Tiel en Zaltbommel, en hemelhel in de kerk van Bergharen, van 't bisdom Den Bosch.
Maar bovenal stichtelijk is het lang vergeten gebeuren mee broeder Assumptio, den Cistercienser en na-verwant van den koning uit Susteren, den koenen Sanderbout. Want Assumptio, die in de wereld geboren was mee éénen arm en twee manke beenen, en dertig jaar gestreefd had om opgenomen te worden in 't convent der Cisterciensers, doch regelmatig wierd afgewezen vanwege zijn mismaaktheid, liet zich den zestigsten keer van zijn leven, op eenen sneeuwnoene van den graanwagen op den grond vallen, vlak voor de voeten van broeder den molenaar, die op den Molenberg neven den Munnikhof van Bergharen de wieken keerde naar den Oostenwing.
"En 'k zeg U, dat ik 'nen heilige worden wil, broeder molenaar!"
"Daar is in de wereld occasie te over voor, stakker! 't Convent is geen krankenhuis, zegt pater Prior, Gij zoudt ons allen tot last zijn, en vanwege Uw lijfverzorging de zorg voor ons ziel doen vergeten!"
"'K vraag alleen maar een hoekske, het vuilste hoekske, desnoods van den molen, broeder molenaar, om gestaag en nooit gestoord, mee God, die U doet loopen en zakken doet zwaaien, te mogen praten. En misschien kan ik werken, ook!..."
"Werken? Gij?" loeg de monnik. En hij tastte in het rekken van zijn armen de struischheid van zijn heele gestel.
"God is toch almachtig!" lispelde de kreupele, als overpeinsde hij dit diep in zijn binneste. "En de Moeder Gods is er ook. En die doet veel voor de menschen, broeder molenaar."
"Gij zegt dat allemaal veel te roekeloos! Maar goed, als 't Gods wil is, dat gij sterft in ons convent, zult gij er zeker dood gaan. Doch niet aleer ge 't bewijs hebt geleverd, dat ge geene nietsnut bent!"
En omdat de sneeuw tot aan zijn knieën lag, droeg hij den kreupele binnen den molen, en liet hem handig neerzakken te midden der meelbalen, tegenover eenen dikke eikenpost. Wonderlijk! Toen de kreupele zijn oogen hierop richtte, zag hij in dezen houtblok, lijk bedekt met spaanders, een zeer bedroefde Maria, mee den dooden Jezus op Haren schoot en een scherp zwaard in het hart. Mee zijn eenige hand trok hij tusschen z'n tanden zijn mes open, en begon gelijk z'n oogen dat zagen, de bedroefde Maria vrij te kerven van 't houten omhulsel. En tegen schemertijd als broeder molenaar den molen moest sluiten, had de kranke Maria ten voeten uitgesneden, zoodat de Cistercienser op bei zijn knieën in 't meel zonk, roepende: "Ja 'k zal 't den prior vragen! En gij zult broeder worden! Want gij wrocht mirakels...."
"En ik wil Assumptio heeten", beefde de kreupele in zijnen mond, "want ik wil naar den hemel gaan. Maar dit beeld stond er, broeder molenaar. 't Zat enkel onder dikke spaanders!"
"'t Stond er niet, broeder Assumptio, 't stond er in geenen deele. Ge hebt den pas gekochten asbalk tot 'n beeld versneden, want het gebinte is aan 't slijten! 't Stond er niet, broeder Assumptio!..."

Sederdien speurde broeder Assumptio in iederen balk of boom de Moeder Gods en maakte tot aan zijnen dood velerhande heiligenbeelden. Maar zijn eerste beeld wierd in 'n schoon kapel op den Molenberg gezet. En heel 't land van Maas en Waal wierd verblijd door de bedroefde Maria, die zoo door dit volk wierd getroost, dat zij heimelijk het scherpe zwaard liet weghalen uit haar Hart. En toen in latere tijden de Geuzen de steenen der kapel mee wagens kwamen wegrooven om 't allentwege rond Tiel en Ravenstein de heiligenbeelden stuk te steenigen, toen de bedroefde Maria van broeder Assumptio op Nieuwjaarsdag 1586 bij middel van een harer dienaren vluchten moest, zagen de dorpelingen, evenals broeder Assumptio, haar beeltenis als 't ware achter den bast van eenen boom. In gedenkenis aan de kapel plantten zij op den Molenberg, waar Maria thans is teruggekomen, eenen zilver-geblaârden linde, en wierden rijkelijk gezegend.

Onderwerp

SINLEG 0091 - Das Bild wird auf einem Baum (Strauch) gefunden.    SINLEG 0091 - Das Bild wird auf einem Baum (Strauch) gefunden.   

Beschrijving

De kreupele eenarmige Assumptio wil worden opgenomen in het convent der Cisterciensers, maar is een aantal keren afgewezen omdat hij mismaakt is. Hij laat zich op een dag van een graanwagen vallen vlak voor de voeten van de molenaar. Assumptio wil een heilige worden en vraagt aan de molenaar of hij in een klein hoekje van de molen met God mag praten. De molenaar neemt hem mee en zet hem te midden van de meelbalen tegenover een eikenpost. In dat houtblok ziet de kreupele een zeer bedroefde Maria met de dode Jezus op haar schoot. De kreupele kerft deze beeltenis uit het houten omhulsel. Sindsdien zoekt Assumptio in iedere balk of boom naar de beeltenis van Moeder Gods en maakt tot zijn dood veel heiligenbeelden. Het eerste beeld wordt in de kapel op de Molenberg gezet. Op het moment dat de Geuzen de stenen van de kapel weghalen en de heiligenbeelden vernielen verschijnt Maria achter de bast van een boom. Als nagedachtenis hieraan wordt op de Molenberg een zilver-gebladerde Linde geplant.

Bron

Jehan Kuypers, Lieve Vrouwkes van Brabant of Eenen krans van Maria-legenden. Maastricht [etc.], 1938. p. 19-26

Commentaar

1938
Het zwaard in het hart van Maria, verwijst naar de zeven smarten van Maria. Één van haar smarten is de omhelzing van de dode Jezus bij de kruisafname. Deze smart wordt in dit verhaal aangehaald. Onder beeld is een beeltenis te zien van Maria met de dode Jezus. Op deze afbeelding kan je aan de stigmata zien dat Jezus dood is. Het zwaard is niet afgebeeld.
Das Bild wird auf einem Baum (Strauch) gefunden.

Naam Overig in Tekst

Maria    Maria   

Assumptio    Assumptio   

Sanderbout    Sanderbout   

Cistercienser    Cistercienser   

Munnikhof    Munnikhof   

God    God   

Moeder    Moeder   

Maria    Maria   

Jezus    Jezus   

Geuzen    Geuzen   

Linde    Linde   

Naam Locatie in Tekst

Maas    Maas   

Waal    Waal   

Cuyk    Cuyk   

Pinksterveld    Pinksterveld   

Oyen    Oyen   

Tiel    Tiel   

Zaltbommel    Zaltbommel   

Bergharen    Bergharen   

Den Bosch    Den Bosch   

Susteren    Susteren   

Molenberg    Molenberg   

Bergharen    Bergharen   

Ravenstein    Ravenstein   

Plaats van Handelen

Bergharen (Gelderland)    Bergharen (Gelderland)   

Kloekenummer in tekst

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20