Hoofdtekst
Een barbier tot Alckmaer getrouwt sijnde, was op de eerste nacht van de bruyloft, soo als het tijt was om na bedde te gaen, nergens te vinden. Na lang bekommerlijck soecken, vond hem de ratelwacht op de visbancken slaepen en bragt hem te huys, daer men hem wat overhaelde. R. 'Ja, ghij hebt het warachtig goed seggen, eveneens of het soo een geringe saeck was te bedt te gaen en dat bij een wilde vreemde, was het noch mijn suster geweest.'
Beschrijving
Een barbier in Alkmaar is getrouwd en is op de drempel van de huwelijksnacht nergens te vinden. Na lang zoeken vindt de nachtwacht hem slapend op de kramen van de vismarkt. Zij brengen hem thuis, alwaar hij het vuur na aan de schenen gelegd krijgt. Zijn antwoord: 'Jullie hebben makkelijk praten. Alsof het zo eenvoudig is om naar bed te gaan met een wildvreemde. Als het nou mijn eigen zuster was geweest.'
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20