Hoofdtekst
De heer Donia, een oudt man met een jonge vrouw getrouwt sijnde, berechte haer soo sober dat sij het schier vergat. Eens dat hem een lust overquam, smeet hij sijn vrouw op het bedt ende daer sijn best doende, vraegde hij: 'Liefste, doe ick u oock seer?' R. 'Och neen, je hartje ... [regel doorgehaald], maer wagt je dat gij u niet en beseert, want de punt staet immers na uw toe.'
Beschrijving
De heer Donia is al wat op leeftijd en heeft een jongere vrouw getrouwd. Hij is zo spaarzaam in het vervullen van de daad, dat zij er niet eens meer aan denkt. Op een goed moment overvalt hem echter opeens de lust en hij smijt zijn vrouw op het bed. Daar doet hij zijn uiterste best en daarom vraagt hij of hij zijn liefje niet pijn doet. Waarop de vrouw zegt: 'Och nee, je liefje (regel doorgehaald), maar kijk uit dat jij je niet bezeert, want de punt staat tenslotte naar je toe.' (Oftewel: de erectie van de man stelt weinig voor.)
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Locatie in Tekst
Donia   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
